Wat is genetica bij wiet, en waarom kloon je geen autoflower?
KWEKEN

Wat is genetica bij wiet, en waarom kloon je geen autoflower?

Zaad of stek, en waarom een stek van een autoflower bijna nooit de moeite waard is: de genetica van je wietplant in gewone taal.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Genetica bij wiet is de specifieke combinatie van genen die een soort haar eigen smaak, geur, kracht, bloeitijd en effect geeft. Je kunt een soort op twee manieren starten: met een zaadje (elke plant is een beetje anders) of met een stek (een exacte kopie van de moederplant). En bij autoflowers werkt stekken technisch gezien wel, maar het is bijna nooit de moeite waard.

Net als bij elk levend wezen bepaalt de genetica wie de wietplant is. Ze is het resultaat van een lang proces van selecteren en kruisen van verschillende soorten.

Kwekers en breeders (veredelaars) hebben het spelen met genetica tot een kunst verheven, om soorten te maken met precies de eigenschappen die ze willen: een hogere opbrengst, meer weerstand tegen ziektes, of een specifiek profiel aan cannabinoïden en terpenen dat past bij wat gebruikers zoeken.

Wietplant op dag 48 van de bloei

Van de klassieke indica’s en sativa’s tot moderne hybrides: genetica zorgt voor de enorme variatie in wiet en voor hoe de plant zich wereldwijd ontwikkelt.

Zaden of stekken: wat is het verschil?

Besluit je een wietplant te kweken, mannelijk of vrouwelijk, dan heb je twee hoofdroutes om te beginnen: zaden of stekken (ook wel klonen genoemd). Allebei kunnen ze je volwassen planten vol bloemen geven, maar elk heeft zijn eigen kenmerken en voordelen.

Wietzaden: het begin van een nieuw leven

Het zaadje is letterlijk het begin van alles. Het ontstaat in de vrouwelijke plant na de bestuiving. Zo’n zaadje, niet groter dan een peperkorrel, bevat een unieke mix van de genen van zijn twee ouders: elk zaadje kan dus een plant geven die net iets anders is dan zijn broertjes en zusjes.

Met zaden kun je experimenteren met allerlei verschillende genetica en nieuwe profielen ontdekken van cannabinoïden, terpenen en andere kweekeigenschappen.

Stekken: exacte kopieën voor een gelijkmatige kweek

Een stek daarentegen is een stukje dat je van een levende moederplant afknipt. Het is een exacte genetische kopie van de moeder: alle eigenschappen blijven hetzelfde, van de bouw van de plant tot het cannabinoïdeprofiel.

Kwekers kiezen vaak voor stekken als ze een gelijkmatige, voorspelbare kweek willen: elke kloon groeit net als zijn moeder, en de oogst is homogeen.

Zaden of stekken: voor- en nadelen

Zowel zaden als stekken kunnen je naar een mooie oogst brengen, maar wat je kiest hangt af van je doelen en je situatie. Zaden geven je bijvoorbeeld de spanning van genetische variatie en de kans om je nieuwe favoriete soort te vinden.

Ze vragen wel wat meer tijd en geduld, want je moet ze laten kiemen en wachten tot ze vanaf het embryostadium uitgroeien.

Stekken spelen juist de troef van voorspelbaarheid en snelheid uit, want ze beginnen hun leven als een stuk van een plant die al volwassen is. Maar ook stekken hebben hun nadelen: je hebt steeds gezonde moederplanten nodig, en een stek kan ziektes of plagen van de moeder meekrijgen.

Beide methodes hebben hun plek in de wereld van wietgenetica. Zaad of stek: het hangt af van je voorkeur, je ervaring en wat je van je kweek verwacht.

Kun je een autoflower klonen?

Kort antwoord: ja, je kunt een autoflower stekken, maar het werkt heel slecht. Heel wat ervaren kwekers hebben het geprobeerd, en de resultaten waren vooral teleurstellend.

In tegenstelling tot fotoperiodische planten hebben autoflowers een levenscyclus die vastligt in hun genen, en dat maakt klonen zo lastig.

Waarom een autoflower stekken zo’n gedoe is

Sommige kwekers toppen hun autoflowers (ze knippen de groeitop eraf) zodat de plant voller wordt en meer oplevert.

Het probleem: stekken van zulke planten worden meestal kleine bonsaitjes die geen tijd hebben om te groeien voordat ze gaan bloeien. De klok van een autoflower tikt namelijk gewoon door, of je haar nu kloont of niet.

Wiettoppen in de bloei

Genetische grenzen en een race tegen de klok

Autoflowers als Auto Blackberry Kush of Auto Blueberry maken hun cyclus in heel korte tijd af, soms al in 9 weken. Een stek van een autoflower die al aan het groeien is, heeft dus heel weinig tijd om aan te slaan, wortel te schieten en te bloeien voordat de cyclus voorbij is.

In de praktijk levert dat bijna niks op, en daarom is een autoflower stekken voor de meeste kwekers geen serieuze optie.

Autoflower of fotoperiodisch: wat het verschil maakt bij stekken

Fotoperiodische planten gaan bloeien als de daglengte verandert. Autoflowers beginnen vanzelf te bloeien na zo’n 4 weken groei, hoeveel uur licht ze ook krijgen (de fotoperiode).

Juist die genetische eigenschap maakt het zo lastig. Een stek die je na 4 weken neemt, heeft nog maar een paar weken om te groeien en te bloeien, en dat geeft bijna altijd een piepkleine oogst.

Conclusie: zaad of stek om je soort te starten?

Kortom: een autoflower klonen kan op papier, maar het resultaat is de moeite zelden waard. De meeste kwekers die het geprobeerd hebben, komen tot dezelfde conclusie: het levert niks op in tijd en middelen. Het slimst blijft om gewoon opnieuw te beginnen met autoflowerzaden, voor een volledige ontwikkeling en een flinkere oogst.