
Genotype en fenotype bij wiet: het verschil, en zo ga je op pheno hunt
Wat er in de genen zit en wat je uiteindelijk ziet, ruikt en rookt: het verschil uitgelegd, plus een stappenplan om zelf je beste feno te vinden.
Het genotype is het complete genetische pakket van een plant, haar potentieel; het fenotype is wat je ervan ziet en meet (vorm, geur, smaak, sterkte, opbrengst), het resultaat van dat genotype in een bepaalde omgeving. Veel kwekers halen die twee door elkaar als ze over wiet praten, dus we zetten het even op een rij.
Om te beginnen: elk levend wezen heeft een genotype en een fenotype. Maar wat is nou precies het verschil tussen genotype en fenotype?
Genotype en fenotype: wat zijn het?
Genotype, de definitie:
Elk levend organisme is het resultaat van evolutie, en die werkt overal volgens hetzelfde basisprincipe. Dus wat betekent genotype? Het genotype, of de genetische code, bevat alle erfelijke informatie die bepaalt hoe een plant groeit, hoe ze eruitziet en welke eigenschappen je later ziet. Belangrijk om te snappen: een genotype legt eerder een bepaalde bandbreedte aan mogelijkheden vast.
Welke delen van het genotype aangaan, hangt vooral af van de omgeving waarin het organisme leeft. De wisselwerking tussen genotype en omgeving is dus wat het fenotype oplevert.
Die wisselwerking vertaalt zich in een fenotype: de lichamelijke uiting van bepaalde genen die door de omgeving zijn ‘aangezet’.
Fenotype, de definitie:
Terug naar het kweken: wat betekent fenotype? Het fenotype van een plant is belangrijk, omdat het onder meer de smaak, de werking en het uiterlijk van een soort bepaalt.
Kort gezegd: het fenotype zijn de zichtbare en meetbare eigenschappen van een plant, de eigenschappen die haar genen in een bepaalde omgeving laten zien.

Waarom praat je bij wietsoorten over fenotypes?
Veel blowers houden van een mix van eigenschappen uit verschillende soorten, en kwekers kunnen een soort maken die precies op die favoriete eigenschappen is gebouwd.
Iets heel tofs in de wietkweek is de zogenaamde pheno hunt, oftewel op fenotypejacht gaan. De kweker zoekt dan de beste exemplaren binnen een groep planten van dezelfde soort.
Wat de ‘beste feno’ is, hangt dus af van wat de kweker of de gebruiker wil, en dat kan elke eigenschap zijn. Wat pheno hunters zoeken, laat een wietplant meestal pas zien als ze begint te bloeien.
Een pheno hunt draait altijd om de selectiecriteria van de kweker of veredelaar. Meestal gaat het om geur, groeisnelheid, sterkte en opbrengst.
Zo ga je op pheno hunt: stap voor stap
Voordat je aan een pheno hunt begint, heb je flink wat ruimte nodig, genoeg potten voor meerdere rondes stekken, licht en voeding om je planten gezond te houden, en een plek om je oogst te drogen en te fermenteren. Stabiele omstandigheden tellen mee, want de wisselwerking tussen genotype en omgeving bepaalt voor een groot deel het resultaat.
Ga er niet te optimistisch in: een kweker kan meerdere generaties planten nodig hebben voordat het gewenste fenotype boven komt drijven. Reken op minstens 9 maanden.
Stap 1: zaden zaaien
Kies eerst de soorten die je wilt kweken en zaai ze. Label je planten goed, zodat je precies weet welke plant wat is. Daarvoor kun je houten stokjes in of naast de potten steken, of overstappen op echte plantenlabels zodra je planten groot genoeg zijn.
Stap 2: neem stekken van je eerste kweek
Na het kiemen kweek je je planten zoals je gewend bent. Na zo’n 4 tot 6 weken zijn ze flink gegroeid en hebben ze een hoop gezonde ‘echte bladeren’: het teken dat het tijd is om te stekken. Je kunt daarvoor verschillende methodes of substraten gebruiken, zoals aarde, steenwol en water.
Door stekken te nemen van je verse kweek krijg je van elke plant een biologische kopie. Zolang ze in ongeveer dezelfde omstandigheden staan, laten de stekken precies dezelfde eigenschappen zien als de moederplanten waar ze vandaan komen.
Stap 3: kweek de stekken apart
Je hebt nu twee keer zoveel planten. De volgende stap is een aparte kweekruimte voor de stekken.
Ondertussen gaan je moederplanten toppen maken die je kunt proeven, om te zien welke fenotypes je qua smaak en werking het lekkerst vindt. Zodra je stekken toppen gaan vormen, kun je ze testen om te zien hoe ze op stress reageren.
Stap 4: zet de eerste kweek in de bloei
Zet het lichtschema op 12/12 om de moederplanten in de bloei te krijgen. Afhankelijk van de soorten die je hebt gekozen, zijn ze na 8 tot 12 weken rijp.
Stap 5: haal de mannetjes eruit
Let na de overstap naar het bloeischema goed op elk teken van een mannelijke plant. Vrouwtjes maken harsige toppen vol terpenen en cannabinoïden, mannetjes maken zakjes met stuifmeel die openbarsten en pollen vrijlaten die de vrouwelijke bloemen bestuiven.
Zie je een mannetje, haal hem dan weg. En helaas moet je de stek van dat fenotype ook weggooien.
Stap 6: zoek de eigenschappen die je wilt
Als alle mannetjes weg zijn, heb je een kweekkast vol bloeiende moederplanten en een andere met stekken in de groeifase. Nu begint het echte werk.
Stap 7: gooi de feno’s eruit die je niet bevallen
Tijd voor de grote schoonmaak. Heb je je favoriete fenotypes gekozen, haal dan de planten weg die niet aan je verwachtingen voldeden. En vergeet niet om ook hun bijbehorende stek weg te gooien.
Stap 8: herhaal het proces
Nu je een kei bent in fenotypes, heb je een paar opties. Neem eerst nieuwe stekken van je eerste ronde stekken. Die hebben precies dezelfde eigenschappen als de vorige. Label ze en zet ze in een kweekkast of kweekruimte in de groeifase.
Daarna kun je je eerste ronde stekken in de bloei zetten, of ze weghalen om ruimte te maken voor de nieuwe stekken om mee te experimenteren.
Heb je eenmaal precies gevonden wat je zocht, dan kun je eindeloos stekken nemen van je dierbare fenotype en heb je altijd de wiet die jij het lekkerst vindt.
Je kunt er ook een paar kweken voor zaad, en ze dan kruisen met andere cannabisgenetica om nieuwe soorten en fenotypes te maken die helemaal bij jou passen.

Ook interessant…
Lees ook onze uitleg over CBD: wat het is, wat het doet en welke bijwerkingen het kan hebben.
DE CLUB
Word deel van de community
Growers met een naam en een gezicht, traceerbare batches, een echte community. Geen gelul, geen loze beloftes.
Word lid van de clubLEES VERDER
KWEKENTrichoderma: de schimmel die je wortels een handje helpt
Wat deze nuttige bodemschimmel doet tegen ziektes, waarom je wortels er beter van worden en wanneer je hem toevoegt.
Critical Kush: hoe goed is deze compacte indica nou echt?
Afghani, Skunk en OG Kush in één plant: alles over de genetica, het effect, de smaak en de groei van de Critical Kush van Royal Queen Seeds.

