Hybride wietsoorten: hoe veredelaars het beste van twee planten mixen
NOTITIES

Hybride wietsoorten: hoe veredelaars het beste van twee planten mixen

Bijna alles wat je vandaag tegenkomt is een hybride. Zo werkt dat kruisen, van dominante genen tot landraces en ruderalis.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Een hybride is een wietsoort die ontstaat door twee of meer soorten met elkaar te kruisen, zodat de nakomelingen eigenschappen van allebei de ouders meekrijgen. Bijna alle genetica die je vandaag kunt vinden is zo’n hybride, en die soorten verschillen in uiterlijk (fenotype) en erfelijk materiaal (genotype) flink van de oorspronkelijke wilde soorten. Het idee: je pakt de sterke punten van de ouders en krijgt een verbeterde versie.

Hybrides zijn eigenlijk de grote poging van de mens om planten op maat te maken, met precies de eigenschappen die je zoekt en die normaal bij ruderalis, indica of sativa horen. Daarom zijn ze zo gewild: in het beste geval erven ze het beste van hun ouders.

Welke soorten hybrides zijn er?

Meestal deelt men kruisingen in vier types in:

  • Sativa x sativa: een kruising van twee sativa’s.
  • Indica x indica: een kruising van twee indica’s.
  • Sativa x indica: een hybride waarin de sativa-eigenschappen de overhand hebben. Toch zie je kenmerken van allebei de families terug. Denk aan een hoge plant met paarse toppen.
  • Indica x sativa: deze soort heeft ook trekjes van allebei, maar is indica-dominant.

Daarnaast zijn er de hybride autoflowers: soorten die ergens in hun stamboom met ruderalis-genen zijn gekruist.

Erfelijkheid: dominante en recessieve eigenschappen

Erfelijkheid is de genetische informatie die je van je ouders krijgt, die gemengd wordt en weer doorgegeven. Een plant krijgt genen van allebei de ouders mee, maar niet alles komt ook zichtbaar naar boven. Grofweg zijn er twee situaties:

  • Volledige dominantie: een dominant gen bepaalt helemaal hoe een eigenschap eruitziet en drukt het recessieve gen weg. Simpel gezegd: een dominante eigenschap zie je terug in de plant, een recessieve blijft verborgen. Stel dat de ene ouder groen als dominante kleur heeft en de andere paars als recessieve kleur: dan wordt de eerste generatie volgens deze regel helemaal groen.
  • Onvolledige dominantie: geen van beide genen is dominant, dus de nakomelingen kunnen kenmerken van allebei laten zien. Het komt minder vaak voor, maar het geeft tussenvormen, in de eerste generatie en ook in de generaties daarna. Het is een uitzondering op de eenvoudige dominantieregel van Mendel. In ons voorbeeld krijg je dan planten met een mix van groene en paarse tinten in plaats van één kleur.

Landraces en de ondersoorten van cannabis

Een landrace is cannabis die de mens ooit in cultuur heeft gebracht, maar die zich daarna aan een bepaalde streek heeft aangepast en daar nu min of meer ‘wild’ groeit, zonder menselijke bemoeienis (open bestuiving). Die soorten komen meestal uit afgelegen gebieden, vaak in de bergen.

Er zijn drie hoofdtypes die als landrace in verschillende delen van de wereld zijn ontstaan, en daarnaast heb je de hybrides:

Indica

Indica-planten zijn compact en klein, en ze maken veel hars en dichte toppen. Sommige indica-landraces, zoals Kush, hebben een gemiddeld gehalte aan THC en andere cannabinoïden, met daarbij veel myrceen, een terpeen dat bekendstaat om zijn ontspannende werking. Veel indica-landraces kunnen tegen een ruw bergklimaat en worden gebruikt om sterke, compacte soorten te maken.

Sativa

Sativa’s staan bekend om hoge planten die op bomen lijken, met luchtigere toppen dan indica’s. Deze reuzen komen uit streken als Mexico en Zuid-Afrika. Durban Poison is bijvoorbeeld een unieke soort uit Zuid-Afrika met THC, THCV en een flinke dosis terpinoleen, wat haar een kenmerkende smaak van peper en kruiden geeft.

Ruderalis

Ruderalis komt uit Centraal-Azië en Oost-Europa, heeft weinig THC en één bijzondere eigenschap: ze is niet afhankelijk van de fotoperiode (het aantal uren licht per dag) om te gaan bloeien. Ze bloeit dus hoeveel licht ze ook krijgt. Dat maakt haar commercieel heel waardevol. Zie je een autoflower-versie van je favoriete hybride, dan weet je dat die gemaakt is door indica- of sativa-genetica met ruderalis te kruisen.

Hybrides

Deze soorten ontstaan doordat mensen de hierboven genoemde ondersoorten met elkaar kruisen. Met combinaties van indica, sativa en/of ruderalis ontstaan hybrides met de eigenschappen die veredelaars, kwekers en gebruikers zoeken. Een vroeg voorbeeld van een commerciële hybride is Skunk, een van de eerste ‘grote’ kruisingen tussen een indica en een sativa, al was het zeker niet de enige.

Met welke methodes maak je een hybride?

Kruisen lijkt simpel, maar zodra je wilt dat bijna alle nakomelingen hetzelfde resultaat geven, met een zekere stabiliteit, wordt het een stuk lastiger. Veredelaars kunnen een project op verschillende manieren aanpakken, onder meer zo:

Compenserend kruisen

Hierbij combineer je de goede eigenschappen van twee verschillende planten, zodat de nakomelingen het beste van allebei krijgen en zwakke punten worden afgezwakt of opgevangen. Mist de ene ouder iets wat de andere wel heeft, dan kan deze aanpak dat gat dichten.

Gerichte selectie

Je zoekt bij een fenotype de eigenschappen die je wilt hebben en zet die vast door te stabiliseren. Simpeler gezegd: je gooit de planten eruit die je niet wilt en gaat verder met de planten die precies die ene gewenste eigenschap hebben.

Reguliere zaden maken

Dit is een van de makkelijkste klussen, maar hier beslist de natuur. Je laat vrouwelijke planten bestuiven met stuifmeel van een mannetje, en zo ontstaan zaden. Reken er wel op dat de nakomelingen bij deze manier van kruisen flink van elkaar kunnen verschillen.

Of een nieuwe hybride lukt, hangt van een hoop factoren af, zoals ervaring en geduld. Hoe je daarmee omgaat, bepaalt de uiteindelijke kwaliteit en stabiliteit van de soort. Daarom is het zo belangrijk om te snappen wat stabiliteit hier precies betekent.