Kalium in je wietplant: waarom je toppen er niet zonder kunnen
KWEKEN

Kalium in je wietplant: waarom je toppen er niet zonder kunnen

De K van NPK maakt je toppen zwaarder, je stengels steviger en je plant taaier bij droogte: wat kalium doet, hoe je een tekort ziet en wat je doet bij te veel.

DOOR Redactie CosechaLibre3 MIN LEZEN
Kweekcursus van CosechaLibre

 

Kalium en wiet

 

Je wietplant heeft kalium nodig om te groeien en goed te bloeien. Kalium (K) is een van de drie hoofdvoedingsstoffen, de K in NPK: het stuurt groei en bloei aan, maakt stengels en wortels sterker en zorgt voor zwaardere toppen. Een tekort zie je aan bladeren die vanaf de punten verkleuren, een slappe plant en een magere oogst. 

 

Kalium zit als mineraal in de bodem. Kleigronden zijn het rijkst aan kalium en bevatten tot 3%. Het spoelt uit de bodem weg met regen en afstromend water en komt via rivieren in zee terecht. Omdat kalium zo makkelijk met water meegaat, kun je het het best als sulfaat (kaliumsulfaat) aan je voedingsoplossing toevoegen, zodat de plant het kan opnemen.

 

Kalium is een van de belangrijkste voedingsstoffen voor een wietplant. Het is geen bouwsteen van het plantenweefsel (al is het wel de op één na meest voorkomende voedingsstof in de plant), maar het zet als een soort katalysator veel processen in de stofwisseling in gang. Kalium helpt bij de aanmaak van eiwitten en aminozuren uit stikstof in de vorm van ammonium, dus die twee voedingsstoffen moeten goed samenwerken voor allerlei processen in de plant.

 

Het speelt ook mee in de fotosynthese, doordat het de aanmaak van koolhydraten verbetert. Daarnaast houdt je plant het met genoeg kalium beter vol bij droogte, worden de weefsels steviger, wordt het wortelstelsel sterker en worden je toppen zwaarder, compacter en groter.

 

 

 

Heeft je plant een kaliumtekort, dan laat ze dat zien. Kalium is mobiel: als het nodig is, haalt de plant het uit de oudere bladeren en stuurt het naar de jonge, omdat er bovenin altijd meer stofwisseling is. Zorg dat je plant haar hele leven genoeg kalium krijgt, want een tekort kost je groei en oogst.

 

Zie je een kaliumtekort, geef dan extra voeding met veel kalium, organisch of mineraal. Organische voeding werkt langzamer; minerale voeding pakt het tekort snel aan. Ben je er vroeg bij, dan is het vaak genoeg om de dosis van je organische of minerale voeding gewoon wat te verhogen.

 

 

 

Een wietplant met kaliumtekort laat zichtbare symptomen zien, zoals verkleurde bladeren. De bladeren worden geel vanaf de punten naar het midden, tot aan de voet van het blad. Je merkt ook dat de stengel slap wordt en makkelijk knikt. De hele plant wordt zwakker en vatbaarder voor ziektes, en de bloei valt mager uit. Een veelvoorkomende oorzaak is te veel calcium: dat remt de opname van kalium.

 

Te veel kalium is ook niet goed, want dan blokkeert het de opname van andere elementen zoals calcium, magnesium, zink en ijzer. Gebeurt dat, spoel de wortels dan door met minstens drie keer zoveel water als er in je pot past. Geef daarna water met een milde, complete en uitgebalanceerde voedingsoplossing.