
Nuttige insecten voor je wietplant: 7 natuurlijke plagenbestrijders
Gaasvliegen, lieveheersbeestjes, roofmijten en aaltjes: kleine helpers die plagen opruimen zonder dat je hoeft te spuiten.
Nuttige insecten zijn de onzichtbare bewakers van een gezonde wietkweek. Ze eten de plagen op die je planten kunnen beschadigen, zoals bladluis, spint, trips en rupsen, en zo heb je veel minder of zelfs helemaal geen chemische bestrijdingsmiddelen nodig. Gaasvliegen, lieveheersbeestjes, roofmijten en aaltjes zijn de bekendste helpers.
Weten welke insecten nuttig zijn en hoe ze je wietplanten beschermen, is goud waard voor elke kweker die ecologischer en duurzamer wil werken.
Waarom insecten inzetten bij een buitenkweek?
Nuttige insecten inzetten bij een wietkweek buiten is een natuurlijke en effectieve manier om je planten gezond te houden en goed te laten groeien. Ze houden plagen onder controle, helpen bij de bestuiving en zorgen voor meer biodiversiteit rond je kweek.

Haal je deze kleine helpers in je tuin, dan bescherm je niet alleen je wietplanten tegen mogelijke bedreigingen, je bouwt ook mee aan een evenwichtiger en gezonder ecosysteem.
Dit zijn de belangrijkste redenen om insecten in te zetten bij een buitenkweek:
- Plagen bestrijden: nuttige insecten zijn natuurlijke vijanden van veel bekende plagen op cannabis, zoals bladluis, mijten en rupsen. Zet je ze in, dan heb je minder of zelfs geen chemische middelen meer nodig en hou je je planten op een ecologische manier plaagvrij.
- Bestuiving van eetbare planten: kweek je ook groente of fruit naast je wiet, dan helpen insecten als bijen en vlinders bij de bestuiving. Dat geeft een betere oogst van je andere gewassen.
- Meer biodiversiteit: nuttige insecten maken het ecosysteem rond je kweek gevarieerder en veerkrachtiger. Die variatie helpt het natuurlijke evenwicht te bewaren, maakt grote plagen minder waarschijnlijk en geeft je planten een gezondere omgeving.
- Minder verspreiding van ziektes: sommige insecten remmen de verspreiding van ziektes, doordat ze ziekteverwekkers opeten of de insecten in toom houden die ziektes naar je wietplanten overbrengen.
Gebruik je de voordelen van nuttige insecten slim, dan verbeter je de kwaliteit en de opbrengst van je buitenkweek, en kweek je op een duurzamere manier die beter is voor het milieu.
Insecten die je wietplanten beschermen
Nuttige insecten inzetten is een natuurlijke en effectieve techniek om je planten gezond en plaagvrij te houden. Het zijn natuurlijke vijanden die de schadelijke beestjes opruimen voordat die de groei van je planten in de weg zitten.
Niet elke soort komt in elke regio voor, maar de kans is groot dat je er minstens een of twee kunt inzetten om je kweek te beschermen.
Groene gaasvliegen
Groene gaasvliegen zijn topjagers die zich voeden met allerlei plagen in de wietkweek. De volwassen gaasvliegen overwinteren en leggen hun eitjes aan het eind van de lente en het begin van de zomer. De volwassen dieren eten nectar, stuifmeel en honingdauw; het zijn de larven die actief jagen op zachte insecten zoals bladluis, trips, witte vlieg, cicaden en mijten.
Zo zet je gaasvliegen in bij je wietkweek:
Je koopt gaasvlieglarven in potjes met 250 tot 10.000 stuks. Ze leven niet lang, dus gebruik ze pas als het nodig is: strooi de larven direct op de planten waar plagen zoals bladluis zitten.
Planten die gaasvliegen lokken:
Wil je volwassen gaasvliegen naar je tuin lokken, plant dan dille, karwij, venkel en koriander.
Lieveheersbeestjes
Lieveheersbeestjes zijn een krachtig wapen tegen plagen, en vooral tegen bladluis. Zowel de volwassen kevers als de larven eten bladluizen; een larve zou er tot 250 per dag eten. Daarnaast zoeken lieveheersbeestjes ook eitjes van motten, kevers, mijten en trips op en eten die op.
Zo zet je lieveheersbeestjes in bij je wietkweek:
Je koopt levende lieveheersbeestjes bij een kwekerij of tuincentrum. Wil je dat ze blijven, maak je tuin dan aantrekkelijk voor ze met een kleine vijver en kleurrijke bloemen.
Planten die lieveheersbeestjes lokken:
Plant koriander, bieslook, goudsbloem, dille en duizendblad om lieveheersbeestjes te lokken en vast te houden.

Bidsprinkhanen
Bidsprinkhanen zijn ervaren jagers die met geduld en geruisloos hun prooi op je wietplant vangen. Ze eten het liefst bladluis, rupsen en witte vlieg, en dat maakt ze waardevolle bondgenoten bij het kweken.
Zo zet je bidsprinkhanen in bij je wietkweek:
Verspreid eipakketten van bidsprinkhanen door je tuin om deze natuurlijke vijanden los te laten. Het duurt tot zes weken voordat de eitjes uitkomen, en de jonkies verspreiden zich snel om op plagen te jagen. Bidsprinkhanen zijn niet overal inheems: check eerst of je ze mag uitzetten waar je woont.
Planten die bidsprinkhanen lokken:
Lok bidsprinkhanen naar je tuin met grote, dichte struikachtige planten zoals basilicum, rozemarijn, lavendel en munt.
Roofmijten
Niet alle mijten zijn schadelijk. Roofmijten zijn effectief in biologische bestrijding: ze jagen op de plantenetende mijten, zoals spint, die je wietplanten beschadigen, en ruimen die op.
Zo zet je roofmijten in bij je wietkweek:
Gebruik roofmijten om een plaag van plantenetende mijten aan te pakken zonder je planten te beschadigen. Strooi de inhoud van de potjes direct op de aangetaste planten en wacht 7 tot 10 dagen voordat je zo nodig opnieuw strooit.
Planten die roofmijten lokken:
Munt zou roofmijten goed aantrekken. Zet munt in potten rond je bedden of je kas om ze in de buurt te houden.
Roofwantsen
Roofwantsen zijn sluwe jagers die hun prooi op de wietplant met gif doden. Ze eten rupsen en allerlei soorten vliegen, wat ze handig maakt tegen plagen. Let wel op: ze eten ook lieveheersbeestjes, dus ze maken geen onderscheid tussen vriend en vijand.
Zo zet je roofwantsen in bij je wietkweek:
Leg trosjes eitjes van roofwantsen bij het aangetaste blad. Het duurt tot 10 dagen voordat ze uitkomen, en de jonge wantsen beginnen meteen te eten.
Planten die roofwantsen lokken:
Wil je roofwantsen lokken, plant dan bijvoorbeeld wilde peen, madeliefjes, luzerne, goudsbloemen, paardenbloemen, guldenroede, venkel en dille.
Aaltjes
Aaltjes (nematoden) zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond leven en helpen plagen van je wietplant onder controle te houden, zoals slakken, kevers, emelten en motten.
Zo zet je aaltjes in bij je wietkweek:
Aaltjes worden meestal verkocht in een spons. Doe die spons in een gieter met water en giet de oplossing over de aangetaste plekken in je kweek.
Planten die aaltjes helpen:
Heb je roofaaltjes in je tuin gezet, maak hun leefomgeving dan beter door witte klaver te zaaien. Die beschermt de aaltjes en geeft ze schaduw.
Kortschildkevers
Kortschildkevers zijn rovers die allerlei plagen opeten, waaronder de rouwmug, waarvan de larven de wortels van je cannabisplanten aanvreten.
Zo zet je kortschildkevers in bij je wietkweek:
Worden je planten aangevallen door larven van de rouwmug, zet dan kortschildkevers in om hun aantal terug te dringen. Ze kunnen ook goed werken tegen trips.
Planten die kortschildkevers lokken:
Plant witte en rode klaver als bodembedekker in je tuin om kortschildkevers te lokken en ze een fijne plek te geven.
DE CLUB
Word deel van de community
Growers met een naam en een gezicht, traceerbare batches, een echte community. Geen gelul, geen loze beloftes.
Word lid van de clubLEES VERDER
KWEKENWiet buiten kweken: wat je moet weten voor een geslaagde outdoor
Zon, goede grond, de juiste genetica en een beetje planning: zo haal je buiten het meeste uit je planten.
KWEKENSkunk: de klassieker die stinkt (op de goede manier)
Herkomst, Super Skunk en Lemon Skunk, hoe je een skunkplant herkent, hoe lang ze bloeit en wat voor high je kunt verwachten.