Sporenelementen en secundaire voeding: wat je wietplant naast NPK nodig heeft
KWEKEN

Sporenelementen en secundaire voeding: wat je wietplant naast NPK nodig heeft

Calcium, magnesium, zwavel, ijzer, zink en co: kleine hoeveelheden, grote gevolgen als ze ontbreken.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Naast de drie hoofdvoedingsstoffen stikstof, fosfor en kalium (NPK) heeft een wietplant secundaire voedingsstoffen nodig (zwavel, calcium en magnesium) en sporenelementen of micronutriënten, zoals ijzer, zink, mangaan, koper, boor en molybdeen. Die laatste heeft ze maar in piepkleine hoeveelheden nodig, maar ontbreken ze, dan krijg je trage groei, verkleurde bladeren en een kleinere oogst. Dit zijn de groepen:

  • Primaire macronutriënten: stikstof (N), fosfor (P), kalium (K)
  • Secundaire macronutriënten: zwavel (S), calcium (Ca), magnesium (Mg)
  • Micronutriënten: boor (B), chloor (Cl), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn)

Macronutriënten en micronutriënten

Macronutriënten heeft een plant in grotere hoeveelheden nodig, micronutriënten maar heel weinig (een paar deeltjes per miljoen). Voor een normale groei moet een plant van al die basisvoedingsstoffen een evenwichtige portie krijgen.

Waarom zijn micronutriënten in een flesje voeding vaak zo dik? Ze worden meestal geleverd als geconcentreerde suspensie (SC) of als dispersie in olie (OD), omdat er veel vaste stof in zit en de actieve stoffen (de micronutriënten dus) meestal erg zwaar zijn. Daardoor zakken ze snel naar de bodem of ontmengen ze. Voor fabrikanten is het kiezen van het juiste dispergeermiddel dus cruciaal voor een goed product. Voor jou betekent het vooral: flink schudden voor gebruik.

Essentiële voedingsstoffen: welke zijn het?

Welke micronutriënten als essentieel worden genoemd, verschilt per bron. Net als bij de secundaire voedingsstoffen is het een kwestie van indeling: sommige bronnen rekenen de secundaire voedingsstoffen ook tot de micronutriënten. Hoe dan ook gaat het om mineralen en elementen die minder ruim in de bodem zitten en die een wietplant niet in grote hoeveelheden nodig heeft, maar wél nodig heeft.

Welke bron je ook pakt, boor (B), mangaan (Mn), zink (Zn), koper (Cu), ijzer (Fe) en molybdeen (Mo) staan er altijd bij als essentiële micronutriënten. Net als de andere essentiële voedingsstoffen heeft elk micronutriënt een eigen taak, of helpt het andere voedingsstoffen hun werk te doen. Dus: wat doen ze precies?

Boor:

helpt de worteltopjes te groeien en zich te ontwikkelen. Het helpt de plant ook calcium op te nemen en vervoert suikers door de plant.

Mangaan: is onmisbaar voor de aanmaak van bladgroen (chlorofyl) en voor de fotosynthese. Het helpt ook bij de werking van enzymen.

Zink:

helpt bij de ontwikkeling van stengels, bladeren en takken. Vaak wordt gezegd dat een plant meer zink nodig heeft naarmate ze ouder wordt.

Koper:

helpt bij de aanmaak van plantaardige eiwitten en maakt stengels en takken steviger.

IJzer:

is belangrijk voor de aanmaak van bladgroen. Een ijzertekort zie je vaak als gele verkleuring van het blad tussen de nerven (intervenale chlorose), eerst op de jonge bladeren.

Molybdeen:

helpt de plant stikstof te verwerken.

Andere sporenelementen die soms als essentieel worden gezien, zijn kobalt (Co), silicium (Si), chloor (Cl) en selenium (Se). Niet iedereen rekent ze tot de essentiële groep; silicium geldt bijvoorbeeld eerder als nuttig dan als onmisbaar. Toch spelen ze een rol in het plantenleven.

Secundaire voedingsstoffen

De secundaire voedingsstoffen zijn magnesium (Mg), calcium (Ca) en zwavel (S). Wil je dat cannabis ze goed opneemt, dan moet de pH op het juiste niveau zitten.

Deze secundaire voedingsstoffen hebben allerlei taken die cruciaal zijn voor een goede ontwikkeling van de plant. Vaak zijn ze een noodzakelijk onderdeel van, of een aanvulling op, andere voedingsstoffen en processen. Ze zijn allemaal nodig voor de groei van plant en wortels, maar elk heeft een eigen taak. Calcium helpt andere voedingsstoffen te vervoeren en op te nemen. Magnesium is een hoofdbestanddeel van bladgroen. Zwavel is betrokken bij de aanmaak van bladgroen en helpt ook bij de stofwisseling en verdamping van de plant.

Welke voedingsstoffen heeft een plant nodig om te groeien?

Macro- en micronutriënten zijn nodig om een plant te laten groeien, en een goed gevoede plant is ook beter bestand tegen plagen. Je kunt je wietplant voeding geven zodra ze 2 tot 3 setjes bladeren heeft. Sommige voedingen begin je al een week na het kiemen, in de kiemplantfase, en ook dat is prima.

Een kiemplant heeft een veel lagere dosis nodig, dus volg de aanwijzingen goed op om verbranding door voeding te voorkomen. Afhankelijk van je kweekmedium heb je eerder of later voeding nodig. Sommige potgrond zit al vol voeding voor de eerste 3 tot 4 weken: voorbemeste of ‘hete’ grond. Lees goed wat er in je grond zit en hoe je verder moet, zo voorkom je dat je dubbel voedt en je planten verbrandt.

Hoe vaak geef je je planten voeding?

Sommige merken zeggen bij elke gietbeurt, andere maar één keer per week. Sommige supplementen geef je één keer per maand, of alleen in bepaalde weken.

Wanneer stop je met voeding geven?

In de laatste week (of twee) van de bloei stoppen veel kwekers met voeden en geven ze alleen nog water. Ze spoelen hun planten om een ‘chemische’ smaak in de toppen te voorkomen of te beperken als ze minerale voeding hebben gebruikt.

Komt de oogst dichterbij, dan worden de stampers (pistils) bruin en krullen ze, en worden de trichomen melkachtig of amber/bruin.

Het verschil tussen micro- en macronutriënten is dus duidelijk. Je kunt ze op allerlei manieren geven, maar kan het ook natuurlijk? Hoe komt een plant eigenlijk aan haar voeding? En wat zijn de belangrijkste natuurlijke bronnen?

Een plant haalt macro- en micronutriënten (elementen) uit de bodem, de lucht en het water. Koolstof (C), zuurstof (O) en waterstof (H) zijn de basiselementen, en die haalt de plant uit lucht en water.

Zorg daarom voor goede ventilatie in je kweektent of kweekruimte, zodat je planten genoeg koolstof en zuurstof uit de lucht krijgen. Goed water is ook essentieel voor de basisprocessen van een plant. Gebruik water uit een veilige bron: kraanwater is prima, en is er bij jou geen drinkwater uit de kraan, gebruik dan flessenwater.