Voorbloei herkennen: is je wietplant een mannetje, vrouwtje of hermafrodiet?
NOTITIES

Voorbloei herkennen: is je wietplant een mannetje, vrouwtje of hermafrodiet?

Aan de voorbloei op de nodes zie je het geslacht van je plant al voordat de echte bloei begint: balletjes of haartjes.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Of je wietplant een mannetje of een vrouwtje is, zie je aan de voorbloei: kleine structuurtjes op de nodes, de plekken waar zijtakken uit de hoofdstam komen. Gladde groene balletjes zonder haartjes betekenen een mannetje, een druppelvormig kelkje met witte haartjes (pistillen) een vrouwtje. Zie je allebei op één plant, dan heb je een hermafrodiet. Dat onderscheid moet je kunnen maken, zeker als beginner, als je wilt kruisen of het maximale uit je vrouwtjes wilt halen.

Hoe zit een wietplant in elkaar?

Cannabis hoort bij een kleine groep soorten die tweehuizig heten: er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten.

Tijdens de kiemplantfase en de groeifase zien mannetjes en vrouwtjes er precies hetzelfde uit. Pas wanneer de bloei begint, laten ze zien wat ze zijn. In de bloei maken de vrouwtjes harsige toppen vol cannabinoïden, terwijl de mannetjes zakjes vol stuifmeel gaan maken.

Vrouwelijke voorbloei met witte pistillen op een wietplant

Waarom wil iedereen vrouwelijke wietplanten?

Kweek je alleen voor jezelf, dan draait alles om de vrouwtjes. Afhankelijk van de genetica kunnen ze er wel heel verschillend uitzien. Sommige blijven klein, met een dicht bladerdak en flink wat zijtakken; andere worden meer dan 3 meter hoog, geven enorme oogsten en lijken eerder op een boom dan op een gewone tuinplant.

Maar hoe verschillend ze er ook uitzien, alle vrouwtjes hebben één ding gemeen: ze maken vrouwelijke bloemen. Die bloemen, de toppen, zitten vol piepkleine klierharen, de trichomen, waarin cannabinoïden als THC en CBD worden aangemaakt.

Mannelijke planten maken geen vrouwelijke bloemen. Ze maken mannelijke bloemen, en daardoor zijn ze voor wie alleen toppen wil weinig waard. Die mannelijke bloemen vormen stuifmeelzakjes met het genetisch materiaal dat nodig is om vrouwelijke bloemen te bevruchten en zaad te maken. Daarom zijn mannetjes juist onmisbaar als je nieuwe soorten wilt kweken.

Waar let je op bij een mannelijke wietplant?

Bij een mannelijke plant is het goed om te weten dat stuifmeelzakjes en vrouwelijke bloemen op dezelfde plek groeien: allebei komen ze uit de nodes (waar de takken aan de hoofdstam vastzitten). Zie je dus dat er planten beginnen te bloeien, kijk dan meteen op de nodes of er stuifmeelzakjes tussen zitten. Je kweek zal je dankbaar zijn.

Wat is een hermafrodiete wietplant?

Wiet vraagt de nodige zorg, maar ook als je je planten in de watten legt, houden ze zich niet altijd aan de regels. Soms gaat deze tweehuizige soort tegen de stroom in en maakt één plant zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Zo’n plant heet een hermafrodiet. Maar waarom gebeurt dat?

Het is een zeldzame eigenschap die door genetica, door de omgeving of door allebei kan komen. Een hermafrodiet maakt toppen én stuifmeelzakjes, dus hij kan zichzelf bestuiven en bevruchten.

Wil je de best mogelijke toppen, dan wil je dit natuurlijk zien te voorkomen.

Nodes van een wietplant bekeken op voorbloei

Wanneer zie je of je wietplant een mannetje of vrouwtje is?

Goed nieuws voor beginners: de mannelijke voorbloei laat zich eerder herkennen dan de vrouwelijke. Zo kun je de mannetjes uit je kweekruimte halen lang voordat de vrouwtjes gaan bloeien. Mannetjes laten hun geslacht vaak zo’n twee weken eerder zien dan vrouwtjes, en de voorbloei verschijnt meestal rond de zesde week van de kweek.

Hoe herken je een mannelijke wietplant?

Om het geslacht te bepalen moet je eerst de voorbloei vinden. Zoals gezegd zijn dat kleine structuurtjes die aan het eind van de groeifase op de nodes verschijnen.

Zodra de bloei begint, pak je een loep en bekijk je per plant een paar nodes om te zien hoe ver ze zijn. Grote kans dat je in dit stadium nog geen echte vrouwelijke bloem of stuifmeelzakje ziet. Je zoekt dan naar jonge voorbloei, mannelijk of vrouwelijk: piepkleine structuurtjes die op elkaar lijken, maar elk hun eigen kenmerken hebben.

Mannelijke voorbloei bestaat uit balletjes die op kleine, gladde, groene eitjes lijken, zonder haartjes of andere opvallende kenmerken. Naarmate de bloei vordert, groeien die zakjes uit tot grotere, dichte trossen, en dan zie je ze met het blote oog. Meestal gaan stuifmeelzakjes zo’n 2 tot 3 weken nadat ze zijn gevormd hun stuifmeel lossen, dus haal ze zo snel mogelijk weg.

Hoe herken je een vrouwelijke wietplant?

Vrouwelijke voorbloei groeit ook op de nodes en is te herkennen aan iets wat je meteen ziet: haartjes. Vrouwtjes maken druppelvormige kelkjes met fijne haartjes die uit de punt steken. Die haartjes heten pistillen (stampers) en zijn de geslachtsorganen van de vrouwelijke wietbloem.

Pistillen zijn gemaakt om stuifmeel op te vangen en zo de bloem te laten bevruchten. Ze steken uit de bloem om stuifmeel uit de lucht te vangen of om in contact te komen met insecten waar stuifmeel aan hangt.

Binnen een paar weken zwellen die kleine voorbloempjes op tot dichte toppen die hars vol cannabinoïden en terpenen gaan maken. Heb je de mannetjes op tijd weggehaald en is er dus niets bestoven, dan blijven je vrouwtjes tot het eind van de kweek hars aanmaken.