Wietstekken maken: zo kloon je een plant, stap voor stap
KWEKEN

Wietstekken maken: zo kloon je een plant, stap voor stap

Welke tak je kiest, waar je knipt, wanneer en hoe je de stek laat wortelen: alles om je favoriete soort te klonen.

DOOR Redactie CosechaLibre6 MIN LEZEN

Stekken van een wietplant

Een stek maak je door een jong stuk tak van een gezonde moederplant in de groeifase af te knippen, net onder een node, en dat zelf wortels te laten maken. Met een schoon mes, eventueel wat stekpoeder, een vochtige plek en zacht licht heb je na 1 tot 3 weken een bewortelde kloon: een plant met precies dezelfde genen als de moeder.

Waar veel andere planten lang nodig hebben om iets nieuws te laten zien, groeit een wietplant die goed verzorgd wordt razendsnel en zie je bijna elke dag verschil. En kweek je voor eigen gebruik, dan wacht er aan het eind natuurlijk een mooie beloning in de vorm van toppen. Maar voordat je zover bent, begin je bij het begin.

Beginnen met een zaadje is prima als je al ervaring hebt met planten uit zaad kweken en/of de tijd hebt om het zaadje te laten kiemen en groot genoeg te laten worden om te verpotten. Wil je het sneller, dan is een stek waarschijnlijk de betere keus. Het is ook een veel zekerdere manier om een vrouwelijke plant te krijgen.

Wat is een kloon van een wietplant?

Ben je nieuw in het kweken: een „kloon” is een stek die genetisch precies gelijk is aan de plant waar hij vanaf komt, de moederplant.

Je knipt een klein takje van een volgroeide wietplant, de zogenaamde moederplant, zodat het een eigen wortelstelsel aanmaakt en zo een zelfstandige plant wordt. Als beginnende kweker is het goed om te weten hoe klonen werkt, zodat je weet waar je mee bezig bent als je een stek in handen krijgt.

Daarnaast is het een top manier om de genetica van een bepaalde soort door te geven. Heb je een soort gevonden waar je verliefd op bent en die je steeds weer wilt kweken, dan kun je hem met stekken zo vaak herhalen als je wilt. 

Hoe kloon je een wietplant?

Stap één is een gezonde moederplant kiezen. Let op: je kunt alleen stekken nemen van een moederplant die in de groeifase zit (de vegetatieve fase), nooit van een plant in de bloei.

Daarna zoek je op de plant een tak die geschikt is om te stekken. Je zoekt een tak met nieuwe groei, waar al een paar zijscheutjes uit komen.

Een te groot en te houtig stuk wil je niet, want de kans is klein dat dat wortelt. Een te klein takje ook niet, want je wilt dat de bewortelde stek sterk genoeg is om uit te groeien tot een grote, gezonde plant. Ideaal is een stuk tak van 20 tot 25 centimeter lang.

Stekken zijn supergevoelig voor bacteriën, dus ontsmet je mes of schaar heel goed. Je kunt op twee manieren knippen: recht of schuin onder 45°. Zodra je de stek hebt, zet je hem in een glas water, zodat er geen luchtbellen in de stengel komen. Zitten er onderaan grote waaierbladeren aan, knip die dan weg: zo stopt de plant zijn energie in de wortels.

Stekpoeder of bewortelingshormoon is je beste vriend bij het stekken, en veel kwekers vinden het onmisbaar. Het bestaat als gel of poeder en is simpel te gebruiken: doop een kwastje in het middel en strijk het over de stengel van de stek. 

Je hebt een stekbak nodig, en elk model heeft zijn eigen handleiding. Zet de stek in het groeimedium van je keuze en hang er zwak groeilicht boven tot je binnen 1 tot 3 weken een stevige wortelbasis ziet.

Waar knip je een stek af?

Knip een wietstek altijd net onder een node af. Nodes zijn de knoopjes op de stengel waar de bladeren aan vastzitten. Knip je net onder een node, dan heeft je stek de beste kans om te wortelen. Gebruik een steriel, scherp mes of een schone snoeischaar en knip in één strakke beweging onder een hoek van 45 graden. Haal ook de onderste bladeren weg en laat er bovenaan maar een paar zitten, zodat de stek minder water verdampt.

Wanneer neem je het best stekken?

Neem je stekken als de moederplant in de groeifase zit. Dan groeit de plant krachtig en gezond, en dat helpt de stekken om wortels te maken en te overleven. Het liefst wacht je tot de moederplant minstens 2 à 3 paar goed ontwikkelde bladeren heeft voordat je gaat knippen. Zo hebben je stekken genoeg energie en voeding aan boord om te wortelen en de eerste groei door te komen. Knip bij voorkeur vroeg op de dag: dan heb je minder last van hittestress en heeft de stek genoeg tijd om te wennen voordat het donker wordt.

Een stek maken, stap voor stap

Dit zijn de basisstappen om een wietstek te maken:

  1. Voorbereiding: leg alles klaar wat je nodig hebt: een gezonde moederplant, een steriel mes of schaar, stekpoeder (optioneel), een bakje lauw water en een medium om in te wortelen (zoals vermiculiet, perliet of steenwol).
  2. Kiezen: zoek een sterke, gezonde zijtak van de moederplant uit. Neem een stuk met minstens één paar goed ontwikkelde bladeren.
  3. Knippen: knip met je steriele mes of schaar strak net onder een node, onder een hoek van 45 graden. Doe het snel en precies, zodat de moederplant en de stek zo min mogelijk stress krijgen.
  4. De stek klaarmaken: haal de onderste bladeren weg en laat er bovenaan maar een paar zitten. Zo verdampt de stek minder en gaat de energie naar de wortels.
  5. Stekpoeder (optioneel): wil je, doop de onderkant van de stek dan in stekpoeder of bewortelingsgel, voor snellere en betere beworteling. Volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.
  6. Planten: zet de stek in het medium dat je gekozen hebt, goed ingestoken en stevig. Dat kan direct in het medium, of eerst in een glas water om te wortelen voordat je hem verpot.
  7. Verzorgen en wortelen: zet de stek op een warme, vochtige plek met indirect licht. Houd het medium licht vochtig, maar geef niet te veel water, anders krijg je wortelrot. Binnen een paar weken zie je nieuwe wortels verschijnen.
  8. Verpotten: zijn de wortels ver genoeg ontwikkeld, dan verpot je de stek naar een grotere pot met potgrond of substraat, zodat hij verder kan groeien.

Lees ook onze nieuwste artikelen: