Te weinig zon voor je wietplant buiten: wat er gebeurt en wat je doet
KWEKEN

Te weinig zon voor je wietplant buiten: wat er gebeurt en wat je doet

Hoeveel uur direct zonlicht een outdoor plant nodig heeft, wat schaduw met je toppen doet en waarom te veel zon in het zuiden ook een probleem is.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Een wietplant buiten wil liefst 10 tot 12 uur direct zonlicht per dag. Met zo’n 6 uur groeit hij nog wel, maar trager, en de oogst wordt kleiner en minder goed. Krijgt hij te weinig zon, dan rekt hij zich uit naar het licht en maakt hij dunne takken en luchtige toppen met weinig hars. Een zonnige plek en de kwaliteit van het licht maken dus het verschil.

Heeft een wietplant echt zon nodig om goed te groeien?

Ja. Via fotosynthese zet de plant de energie van het zonlicht om in groei: met water, koolstofdioxide en de mineralen uit de grond maakt hij suikers en geeft hij zuurstof af. Die suikers zijn de brandstof voor sterke wortels, takken en bladeren.

Wietplanten in de bloei onder lampen in een kweekruimte

Wat is het verschil tussen zonlicht en een kweeklamp?

Zon of lamp: daar wordt in de wietwereld al jaren over gediscussieerd. Zonlicht is gratis en geen lamp komt aan zijn kracht. Binnen kweken onder een lamp heeft weer andere voordelen: privacy en veel meer controle over je omgeving, inclusief het lichtschema.

Die controle is vooral handig voor thuiskwekers die het rustig en onopvallend willen houden en hun planten toch ideale omstandigheden willen geven.

Hoeveel uur zon heeft een wietplant buiten nodig?

Licht is voor een wietplant onmisbaar als je stevige groei en een goede oogst wilt. Cannabis wil het liefst minstens 10 tot 12 uur direct zonlicht per dag. Wiet groeit snel en heeft daar flink wat zonne-energie voor nodig.

Met minimaal 6 uur directe zon kun je buiten nog prima kweken, maar reken dan op tragere groei en een kleinere oogst van mindere kwaliteit dan bij een plant die de volle zon pakt.

Zon of schaduw: kun je wiet kweken met indirect licht?

Sommige kwekers zeggen dat ze met maar 1 tot 2 uur directe zon per dag toch iets hebben geoogst. Wil je een grote oogst van goede kwaliteit, dan moet je de plant gewoon zoveel mogelijk zon geven.

In de schaduw strekt een wietplant zich uit naar het licht: lange, dunne takken en lichte, luchtige toppen met weinig hars. Wil je stevige toppen van goede kwaliteit, dan heb je buiten genoeg directe zon nodig.

Wat gebeurt er als je wietplant buiten te weinig zon krijgt?

Wiet wil directe zon. Krijgt je plant buiten te weinig licht, dan loop je tegen allerlei groeiproblemen aan. Buiten bijlichten met een led-lamp is lastig, dus het belangrijkste is een zonnige plek kiezen. Grote potten die je kunt verplaatsen helpen ook: dan zet je de plant gewoon achter de zon aan.

Heb je de middelen, dan kun je met een lamp bijlichten om de productie op te krikken, bijvoorbeeld door de plant aan het begin of eind van de dag binnen of in een kas extra licht te geven. Let wel op dat je per fase het juiste aantal uren licht geeft: verleng je in de bloei de dag, dan haal je de bloei van een fotoperiodische plant overhoop.

Kan een wietplant ook te veel zon krijgen?

Ja, maar daar heb je in Nederland of België zelden last van. In zonnige streken zoals rond de Middellandse Zee kan de zon zo fel zijn dat hij je planten beschadigt. In het noorden is de intensiteit meestal geen probleem, maar hoe zuidelijker, hoe harder de zon brandt. Dan zie je soms verbrande bladeren.

Om je planten te beschermen kies je een plek met ochtendzon en middagschaduw, bijvoorbeeld onder bomen of naast een muur of schuur. Zet ze niet in de volle middagzon, want dan verbranden ze.

Je kunt ook zelf schaduw maken met een doek. Of je kweekt in potten die je verzet als het weer daarom vraagt: zo stuur je hoeveel zon de plant pakt en voorkom je hittestress. Kortom: met de juiste dosis schaduw en bescherming heeft je plant geen last van te veel zon.

Is zonlicht aan de evenaar anders dan op het noordelijk of zuidelijk halfrond?

Ja, en het verschil is groot. Dat komt door de baan van de aarde om de zon en de schuine stand van de aardas: die bepalen hoeveel zonlicht een plek in de loop van het jaar krijgt.

Zonlicht op het noordelijk en zuidelijk halfrond

Op beide halfronden wisselt de hoeveelheid zonlicht met de seizoenen, door de schuine stand van de aarde. Rond de zonnewende van juni helt het noordelijk halfrond naar de zon toe: lange dagen en fel licht. Rond de zonnewende van december is het andersom en heeft het zuidelijk halfrond, waar Argentinië ligt, zijn langste dagen.

Daardoor krijgt het ene halfrond in een deel van het jaar veel directe zon, terwijl het andere het met minder licht en kortere dagen moet doen. Die wisseling bepaalt zowel hoe lang als hoe fel de zon op elk halfrond schijnt.

Zonlicht aan de evenaar

Aan de evenaar verandert de stand van de zon het hele jaar door nauwelijks. Daar heb je elke dag zo’n 12 uur daglicht, zonder de grote seizoensverschillen die je verder naar het noorden of zuiden ziet. Dat komt doordat de zonnestralen er bijna loodrecht invallen, met een constant en gelijkmatig licht als gevolg.

Dat verschil heeft grote gevolgen voor plantengroei en landbouw. Aan de evenaar groeien planten gelijkmatig en het hele jaar door. Verder naar het noorden of zuiden moet je goed rekening houden met de seizoenen om er het meeste uit te halen.

Kort samengevat: op de halfronden wisselt de hoeveelheid zonlicht sterk per seizoen door de schuine stand van de aarde, terwijl de evenaar het hele jaar een constante en evenwichtige portie zon krijgt. In Nederland en België plant je buiten dus pas uit als de dagen lang zijn, en oogst je in het najaar.