
F1, F2 en IBL op je pakje wietzaden: wat betekenen die codes?
Eerste generatie, tweede generatie of een vastgelegde lijn: zo lees je de codes op een zakje wietzaden.
Net als bij orchideeën of prijswinnende rozen kweken en kruisen veredelaars cannabissoorten om nieuwe lijnen met andere eigenschappen te maken. Heb je ooit wietzaden gekocht, dan heb je vast codes als F1, F2 of IBL op het pakje zien staan, naast de info over de genetica. Die geven de generatie aan: een F1 is de eerste kruising van twee ouders (groeikrachtig maar niet stabiel), een F2 komt uit het kruisen van twee F1’s (meer variatie) en een IBL is een lijn die vele generaties lang is vastgelegd (heel uniform).
Als het over wietsoorten gaat, valt het woord „genetica” steeds, maar wat betekent het nou echt? Wil je alleen zaden kopen en opkweken, dan hoef je geen expert in cannabisgenetica te worden: de basiskenmerken van de soort kennen is genoeg.
Wil je je verdiepen in het veredelen van cannabis, dan zijn er een paar dingen die je moet snappen om het goed te doen.
Qua genetica zijn F1, F2 en IBL drie aanduidingen die veel over een plant zeggen. F1 is de eerste generatie, F2 de tweede, en IBL staat voor inbred line, een ingeteelde lijn.
De belangrijkste eigenschappen waar je met kruisen aan sleutelt, zijn de grootte van de plant, de verhouding toppen tegenover blad, de opbrengst, de smaak, het effect en hoe goed de plant zich aanpast aan westerse kweekomstandigheden.
Zoals ervaren wietliefhebbers vast al gemerkt hebben, bestaat er een enorme hoeveelheid genetica. De meeste soorten zijn hybrides. Hybrides zijn soorten die door selectie zijn ontstaan. Nieuwe zaden ontstaan door twee oudersoorten met elkaar te kruisen, vaak over meerdere generaties. Soorten die zich in de loop van de tijd vanzelf aan hun omgeving hebben aangepast, heten landrassen.
Wat betekent F1 bij hybride wietzaden?
Wietzaden ontstaan als een mannelijke plant een vrouwelijke plant bestuift. Meestal gebeurt dat vanzelf, en de genetica van de zaden kan verschillen, afhankelijk van de planten waar ze van afstammen.
Wil een zaadje het label „F1” krijgen, dan moet het de eerste generatie zijn uit de kruising van twee oudersoorten. Het voordeel van zulke zaden is de zogenoemde hybride groeikracht (heterosis): kracht en weerbaarheid die ontstaan doordat de beste eigenschappen van beide ouders samenkomen. Daardoor horen deze zaden sterkere, weerbaardere planten op te leveren, met mogelijk ook meer en betere toppen.
F1-zaden kunnen natuurlijk ook bewust gemaakt worden, door gecontroleerde bestuiving.
De kruising van twee oudersoorten geeft F1-nakomelingen. F1 staat voor eerste filiale generatie. In deze generatie winnen meestal de dominante eigenschappen. Om recessieve eigenschappen boven te halen en de soort te „stabiliseren”, moet je F1’s onderling kruisen.
„F1” betekent dat de zaden of planten twee echte, verschillende ouders hebben. Kruis je F1-hybrides met elkaar, dan krijg je planten waarvan de eigenschappen niet hetzelfde zijn als die van de oorspronkelijke ouders, al kunnen ze er wel een paar delen.
De uniformiteit gaat verloren, omdat de genetische variatie zich uitspreidt en de eigenschappen minder voorspelbaar worden. En zo gaat het eindeloos door: F2’s kun je weer met elkaar kruisen tot F3’s, met nog meer variatie.
Hoe ontstaat een F2-zaadje?
Kruis je F1-hybrides met elkaar (of bestuift een F1 zichzelf), dan krijg je hybride F2-zaden. In die tweede generatie kunnen recessieve eigenschappen sterker naar voren komen. Deze F2-genetica komt van planten die zowel dominante als recessieve eigenschappen dragen.
De F1-generatie erft een mix van recessieve en dominante genen van haar ouders. Wat een plant daar zichtbaar van laat zien, heet het fenotype. Omdat elke nakomeling zijn eigen combinatie van dominante en recessieve eigenschappen krijgt, kan één soort verschillende fenotypes geven.
Uiteraard verliezen F2’s een deel van de hybride groeikracht die zo typisch is voor F1’s, omdat de genen opnieuw worden gemengd en de planten veel meer van elkaar verschillen.
De populaire Blue Dream geeft bijvoorbeeld zowel indica- als sativa-achtige fenotypes. Generaties en fenotypes verklaren ook de grote OG Kush-familie, met varianten als San Fernando Valley OG, Larry OG en Bubba Kush, die er vaak bij worden gerekend. Verschillende veredelaars selecteerden fenotypes van OG Kush en werkten die verder uit tot uniforme soorten.
Kortom: het belangrijkste verschil tussen F1, F2 en verder is gewoon de generatie en de mate van stabiliteit die daarbij hoort.
Wat zijn IBL-zaden (ingeteelde lijn)?
IBL-zaden, van inbred line of ingeteelde lijn, zijn het resultaat van herhaald kruisen tussen nakomelingen van F1-zaden. Meestal moet je minstens 5 generaties (F5) verder zijn om van een ingeteelde lijn te spreken. Op dat punt geldt een IBL vaak als een soort op zich.
Het is monnikenwerk dat jaren kan duren. Maar de zaden die het oplevert zijn meestal heel uniform, met zeer voorspelbare resultaten voor de kweker.
De genetica van Skunk is een voorbeeld van zulk inteeltwerk: zo bleven de typische geur en smaak van Skunk bewaard.
Hoe maak je een IBL?
Je hebt zuivere lijnen nodig om recessieve eigenschappen vast te leggen en tot uniforme genetica te komen. De planten worden generatie na generatie verder gekruist, en elke keer selecteer je de gewenste eigenschappen.
Door steeds door te kruisen krijg je bijna identieke nakomelingen: de zaden horen ongelooflijk gelijkende planten te geven. Een bekende mythe is bijvoorbeeld dat de indica G-13 dertien generaties lang is doorgekweekt voordat hij onverwacht aan het publiek werd gepresenteerd.
Sommige veredelaars doen er jaren over om de perfecte soort te ontwikkelen, zoals bij Charlotte’s Web, een van de bekendste soorten met veel CBD. „IBL” naast de naam van een soort betekent dat die is ontstaan door herhaald kruisen over meerdere generaties. Daarnaast zie je vaak „F1” en „F2” staan, die een generatie aangeven.
Bij elke nieuwe selectieronde houdt de kweker de planten aan die het best laten zien wat hij zoekt, en gebruikt die voor de volgende kruisingen.
Bestaan er ook F3-zaden en verder?
Ja. In de derde generatie begint het stabiliseren, maar daar houdt het niet op. Wil je echt een stabiele soort maken, dan kun je nog meer generaties doorkruisen (en bijvoorbeeld F4- en daarna F5-planten maken).
DE CLUB
Word deel van de community
Growers met een naam en een gezicht, traceerbare batches, een echte community. Geen gelul, geen loze beloftes.
Word lid van de clubLEES VERDER
KWEKENTrichoderma: de schimmel die je wortels een handje helpt
Wat deze nuttige bodemschimmel doet tegen ziektes, waarom je wortels er beter van worden en wanneer je hem toevoegt.
Critical Kush: hoe goed is deze compacte indica nou echt?
Afghani, Skunk en OG Kush in één plant: alles over de genetica, het effect, de smaak en de groei van de Critical Kush van Royal Queen Seeds.