Flavonoïden in wiet: wat doen de cannflavines eigenlijk?
KWEKEN

Flavonoïden in wiet: wat doen de cannflavines eigenlijk?

Naast THC, CBD en terpenen zitten er nog duizenden stoffen in de plant. Flavonoïden geven kleur, geur en smaak, en een paar ervan vind je alleen in cannabis.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Flavonoïden zijn plantenstoffen die mee bepalen welke kleur, geur en smaak je wiet heeft; een paar ervan, de cannflavines A, B en C, komen alleen in cannabis voor.

Wie het over wiet heeft, praat meestal over cannabinoïden (zoals THC en CBD) en terpenen. Maar flavonoïden zijn net zo goed een belangrijk onderdeel van de plant. Ze beïnvloeden het aroma, de smaak en de kleur van cannabis, en worden onderzocht op mogelijke gezondheidseffecten. Een laboratoriumstudie uit 1985 liet zien dat bepaalde flavonoïden uit cannabis (de cannflavines) in de reageerbuis zo’n 30 keer effectiever waren dan aspirine in het remmen van een molecuul dat met ontstekingen samenhangt.

Het belang van flavonoïden heeft deels te maken met het „entourage-effect”: de samenwerking tussen cannabinoïden, terpenen, flavonoïden en andere stoffen die van nature in de plant zitten. Het idee van het entourage-effect is dat je meer therapeutisch voordeel kunt hebben als je de stoffen van de hele plant samen gebruikt in plaats van los, al kunnen flavonoïden ook op zichzelf nuttig zijn.

Kleurrijke wiettoppen vol flavonoïden

Maar wat zijn flavonoïden nou precies, en waarom doen ze ertoe?

Flavonoïden zijn een gevarieerde groep plantenstoffen met meer dan 6000 soorten. Je vindt ze in de meeste groenten, fruit, cannabis en andere planten. Ze zijn een van de stoffen die zorgen voor de felle kleuren van fruit, groenten en bloemen. In de plant lokken flavonoïden bestuivers (bijen en vlinders), helpen ze tegen stress uit de omgeving en regelen ze de celgroei.

En wat doen flavonoïden als mensen ze binnenkrijgen? Ze worden onderzocht op hun antioxiderende en ontstekingsremmende werking, en op een mogelijk beschermend effect tegen kanker. Onderzoekers hebben flavonoïden in verband gebracht met een langer leven, een betere werking van de bloedvaten bij mensen met diabetes en het voorkomen van kanker.

Flavonoïden horen bij de groep polyfenolen, plantenstoffen die al eeuwen in de Chinese en ayurvedische geneeskunde worden gebruikt. Mensen grijpen vaak naar polyfenolen voor de bescherming van hun huid, hun hersenfunctie, hun bloedsuiker en het regelen van hun bloeddruk.

Voedingsmiddelen met veel flavonoïden zijn bijvoorbeeld aardbeien, boerenkool, thee, druiven, uien, chocolade en zelfs rode wijn. Let wel op: hoe je eten kookt of bewaart, kan invloed hebben op hoeveel flavonoïden erin blijven. Verliest fruit of groente zijn felle kleur, dan verliest het ook flavonoïden.

Cannabis blijft maar verrassen. Flavonoïden in cannabis zijn veel minder onderzocht dan de andere stoffen in de plant, maar het onderzoek laat steeds weer zien dat elk onderdeel van de plant een functie heeft. Volgens schattingen bestaat tot 10% van de stoffen in de wietplant uit flavonoïden.

Flavonoïden in de bloemen van de cannabisplant

Net als bij andere bloemen bepalen flavonoïden mee de kleur van cannabis. Samen met de terpenen zorgen ze ook voor de geur en de smaak van je wiet.

De flavonoïden die alleen in wiet voorkomen, heten cannflavines. Tel je alle flavonoïden in de plant mee, dan hebben onderzoekers er in cannabis meer dan twintig gevonden. Zoals de meeste stoffen uit cannabis maken flavonoïden je niet high, maar ze zijn wel farmacologisch actief en worden onderzocht op hun therapeutische werking.

Net als de flavonoïden in voeding zouden de cannflavines ontstekingsremmend, antioxiderend en antibacterieel werken. Flavonoïden uit cannabis worden onderzocht op een mogelijk lager risico op neurodegeneratieve aandoeningen, hart- en vaatziekten en zelfs kanker, al moet dat nog bewezen worden. Vooral in combinatie met andere stoffen uit cannabis zouden cannflavines kunnen helpen bij pijn, zoals migraine en hoofdpijn.

In de lijn van het entourage-effect zouden flavonoïden de voordelen en werking van andere stoffen, zoals cannabinoïden, kunnen versterken. Omdat elke wietsoort een andere verhouding van stoffen heeft, of bepaalde stoffen juist mist, verschillen de medische voordelen en de psychoactieve effecten van soort tot soort.

De flavonoïden die je alleen in wiet vindt, zijn cannflavine A, B en C. Verder deelt cannabis dezelfde flavonoïden met andere planten. Er bestaan duizenden flavonoïden; dit zijn een paar van de meest voorkomende in de natuur.

Quercetine: de meest voorkomende flavonoïde. Je vindt hem volop in cannabis, appels, chocolade, rode wijn, groene thee en meer. Quercetine heeft een schimmelwerende en antioxiderende werking, en onderzoekers denken dat hij mogelijk het cholesterolgehalte kan verlagen.

Catechine: zit in cacao, thee en pitvruchten en lijkt een krachtige antioxidant. Wordt in verband gebracht met een gezond hart en gezonde bloedvaten en zou antiviraal werken.

Taxifoline: zou in azijn voorkomen. Onderzoek laat een veelbelovende remmende werking zien tegen ontstekingen, microbiële infecties, stress, hart- en vaatziekten en leverziekten.

Hesperetine: zit in citroenen en sinaasappels en heeft een antioxiderende en ontstekingsremmende werking.

Rutine: zit in groene thee, rode paprika, appels en meer. Rutine zou markers van stress en ontsteking verlagen, wat de stofwisseling ten goede komt.

Isovitexine: staat bij experts bekend om zijn antitumor- en antioxiderende werking in laboratoriumonderzoek.

Apigenine: zit volop in selderij, basilicum, koriander en meer, en wordt onderzocht op een mogelijk effect tegen angst en depressie.

Anthocyaan: zit in druiven en sommige tropische vruchten en is een sterke antioxidant.

Cannflavine A en B: komen alleen in cannabis voor en worden onderzocht als ontstekingsremmende middelen.