Outdoor wietplant naar binnen halen zonder stress
KWEKEN

Outdoor wietplant naar binnen halen zonder stress

Herfst in aantocht, storm op komst? Zo laat je je buitenplant in twee weken wennen aan binnen, ook als hij al in de bloei staat.

DOOR Redactie CosechaLibre6 MIN LEZEN

Je outdoor wietplant naar binnen halen

Een outdoor wietplant naar binnen verhuizen kan, maar doe het geleidelijk: laat je plant zo’n twee weken wennen door hem ’s nachts binnen te zetten en overdag buiten, en check hem eerst goed op beestjes. Zo voorkom je de stress van een plotselinge verandering in licht, temperatuur en vocht. Lente en zomer zijn de betrouwbaarste seizoenen om buiten te kweken, maar als de herfst eraan komt en het weer omslaat, kan het nodig zijn om je planten naar binnen te halen om ze tegen de kou te beschermen.

Bij het kweken van wiet blijf je meestal het best bij de omgeving waarin je plant al groeit, want een plant van buiten naar binnen verhuizen (of andersom) kan hem flink stressen. Die stress ontstaat bij elke plotselinge verandering in de omgeving: de hoeveelheid licht, de temperatuur, te veel of te weinig water, of andere voeding. Ook als je een plant van de ene pot naar de andere verplant, kan hij een verpotshock krijgen. Het gevolg: een slappe, kwetsbare plant die makkelijk knakt, achterblijft in de groei en sneller last krijgt van plagen of ziektes.

Wietplant die buiten in de volle grond groeit

Toch moet je je planten soms van buiten naar binnen kunnen halen, bijvoorbeeld als de temperatuur buiten ineens omslaat en het te heet of te koud wordt voor je plant. Ook een plotselinge storm of hoosbui kan een reden zijn om ze te verhuizen.

„Acclimatiseren” betekent eigenlijk: je plant laten wennen aan zijn nieuwe omgeving. Om dat goed te doen, „train” je je plant zo’n 2 weken lang. Zet hem waar het kan ’s nachts binnen en overdag weer buiten, en laat hem elke dag een beetje langer binnen staan. Na die 2 weken is je plant klaar om fulltime binnen te staan.

Het ideale moment om een plant naar binnen te halen is als de temperatuur binnen en buiten ongeveer gelijk is, dan is de klap het kleinst. Vooruit plannen is het halve werk.

Check je planten op plagen voordat je ze naar binnen haalt. Buiten wordt je plant tot op zekere hoogte beschermd door natuurlijke vijanden van die beestjes. Binnen kunnen die plagen zich razendsnel vermenigvuldigen en alles verwoesten wat je daar verder nog hebt staan. Je kunt je plant behandelen met neemolie voordat je hem binnen zet, zodat je zeker weet dat je geen plagen meeneemt.

Helaas kun je niet elke wietsoort makkelijk van buiten naar binnen verhuizen. Het liefst gebruik je een sterke soort die gekweekt is om zowel binnen als buiten te groeien, en die tegen plotselinge veranderingen in temperatuur, luchtvochtigheid en licht kan. Een voorbeeld is Gorilla Glue. 

Feit is dat je niet altijd kunt voorspellen wanneer je een plant naar binnen moet halen. Soms slaat het weer ineens om en moet hij meteen naar binnen. Dan moet je het acclimatiseren versnellen. Dat kan door binnen dezelfde lichtsterkte en luchtvochtigheid aan te houden als buiten, maar dat is lastig. Het beste wat je dan kunt hebben is een sterke plant die gewend is om zowel binnen als buiten te groeien. Je kunt ook je outdoorplant als moederplant gebruiken en er stekken van nemen om binnen te kweken.

Al hou je outdoorplanten het liefst buiten en indoorplanten binnen, de verhuizing kan echt de moeite waard zijn.

Wietplant in de bloei, 48 dagen

Een bloeiende outdoorplant naar binnen halen:

Een bloeiende wietplant van buiten naar binnen verhuizen is best lastig, want de veranderingen in licht en omgeving kunnen de ontwikkeling van je plant verstoren. Met deze stappen pak je de overstap goed aan:

  1. Maak je binnenruimte klaar: zorg dat je binnen een geschikte plek hebt voor je plant, met genoeg licht, ventilatie en controle over de temperatuur, zodat de omstandigheden optimaal blijven.
  2. Pas het licht geleidelijk aan: een plant die buiten groeit is gewend aan natuurlijk zonlicht, dus laat hem stap voor stap wennen aan kunstlicht. Zet hem de eerste dagen binnen op een plek met indirect of zwakker licht, en voer daarna de lichtsterkte van je lamp langzaam op.
  3. Hou de lichtcyclus in de gaten: een bloeiende wietplant heeft een vaste fotoperiode (het aantal uren licht en donker per dag) nodig om door te bloeien. Kreeg je plant buiten natuurlijk licht, pas de lichtcyclus binnen dan geleidelijk aan zodat die past bij de bloeifase. Meestal werk je met 12 uur licht en 12 uur donker.
  4. Zorg voor een stabiel klimaat: geef je plant binnen de juiste omstandigheden, met een gecontroleerde temperatuur en luchtvochtigheid, voor een gezonde groei en om problemen als schimmel of plagen te voorkomen.
  5. Blijf goed opletten: tijdens de overstap en de wenperiode moet je je plant scherp in de gaten houden en bijsturen waar nodig. Let op tekenen van stress, voedingstekorten of andere problemen en grijp op tijd in.

Onthoud dat elke plant anders is en anders kan reageren op veranderingen. Kijk goed en stem je aanpak af op wat jouw plant nodig heeft.

Wiet kweken: binnen en buiten

Wietplanten voor binnen en voor buiten:

Wiet kun je net als elke andere plant zowel binnen als buiten kweken, maar sommige soorten zijn beter geschikt voor binnen en andere doen het beter buiten. Kort de verschillen op een rij:

Wietplanten voor buiten:

  1. Sativa’s: sativa’s groeien meestal hoger en slanker, en daarom passen ze goed buiten, waar ze de ruimte hebben om de hoogte in te gaan. Ze hebben vaak een langere bloei nodig voor de oogst, dus ze doen het beter in een warm klimaat met een lang groeiseizoen.
  2. Hybrides: sommige hybrides kunnen zowel binnen als buiten goed gedijen, afhankelijk van hun genetica. Ze kunnen eigenschappen van sativa én indica hebben.

Wietplanten voor binnen:

  1. Indica’s: indica’s blijven meestal compacter en korter, en daardoor passen ze goed binnen, waar de hoogte vaak beperkt is. Ze bloeien meestal korter, wat ze ideaal maakt voor een indoorkweek met een gestuurde lichtcyclus.
  2. Autoflowers: deze soorten gaan vanzelf bloeien, in plaats van te wachten op een bepaalde lichtcyclus. Ze zijn populair voor binnen omdat ze compact blijven, snel klaar zijn en makkelijk te kweken zijn.

Welke soort je kiest voor binnen of buiten hangt natuurlijk ook af van het klimaat, hoeveel ruimte je hebt en wat je zelf fijn vindt als kweker. Zoek dus goed uit welke soorten passen bij de omstandigheden waarin jij gaat kweken.