Stekken of zaden: wat is het verschil en wat kies je?
KWEKEN

Stekken of zaden: wat is het verschil en wat kies je?

Een stek is een kopie van de moeder, een zaadje een nieuwe mix van genen. De voor- en nadelen van allebei op een rij, zodat je weet waarmee je begint.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Het verschil tussen een stek en een zaadje zit in de genen: een stek (kloon) is een genetische kopie van de moederplant, een zaadje krijgt de helft van zijn genen van de moeder en de helft van de vader. Een wietzaadje is betrouwbaar, makkelijk te kweken en makkelijk te krijgen. Een stek is snel, efficiënt en heeft precies dezelfde eigenschappen als de moederplant. 

Allebei hebben ze ook hun nadelen. Daarom zetten we zaden en stekken hier naast elkaar, zodat je kunt kiezen hoe je je kweek aanpakt.

Wat zijn stekken en wat zijn wietzaden?

Stekken

Klonen, door veel mensen gewoon wietstekken genoemd, zijn stukjes van een andere plant die je laat wortelen, meestal in een substraat, of zonder substraat in aeroponie of hydrocultuur.

Het is een veelgebruikte vorm van ongeslachtelijke voortplanting, omdat je een exacte kopie van de moeder krijgt, met al haar goede eigenschappen, maar ook met haar gebreken.

Wietzaden

Zaden zijn de belangrijkste vorm van geslachtelijke voortplanting bij planten. Wat wietzaden kenmerkt, is dat ze 50 % van hun genen van de vader hebben en de andere 50 % van de moeder.

Voordelen van kweken met stekken

Een stek van een vrouwtje wordt weer een vrouwtje

Zoals gezegd zijn stekken exacte kopieën: neem je ze van een vrouwelijke moederplant, dan krijg je weer een vrouwtje. Waarom is dat zo’n groot voordeel? Omdat je dan niet hoeft te zoeken naar mannetjes, zoals bij regulier zaad, en je de kans verkleint dat er toch een mannetje opduikt, wat bij gefeminiseerde zaden kan gebeuren.

Ze schelen tijd

Het mooie van stekken is dat je niet hoeft te leren hoe je wietzaden laat kiemen, en niet hoeft te wachten tot er een zaailing is die alle groeistadia doorloopt. Je laat je stek wortelen en klaar: je hebt meteen een plant die kan gaan groeien.

Je weet wat je krijgt

Vind je iets goed aan de moederplant, dan krijg je dat met stekken terug. Omdat het exacte genetische kopieën zijn, nemen ze alle eigenschappen van de moeder over: de bloeitijd, de weerbaarheid, hoeveel voeding ze opnemen, dezelfde smaak, hetzelfde effect, dezelfde opbrengst, noem maar op.

Nadelen van kweken met stekken

Ze zijn lastig te vinden

Zaden vind je makkelijk bij een zaadbank online. Zoek je stekken, dan wordt het lastiger, want die moeten van een plant komen die volop in de groeifase zit.

Je moet er voorzichtig mee zijn

Een wietstek is kwetsbaar en moet ook zo behandeld worden. Ga je er onhandig mee om, dan kan hij doodgaan voordat hij wortels heeft.

Stekken hebben een omgeving nodig die op ze is afgestemd, zodat ze zo goed mogelijk van start gaan, met de juiste luchtvochtigheid en temperatuur.

Niet alleen het goede: ook de slechte eigenschappen

Je wilde de beste eigenschappen van de moederplant, maar haar slechte eigenschappen krijg je er gratis bij.

Voordelen van kweken met wietzaden

Ze zijn makkelijk te vinden

Dankzij internet vind je makkelijk een zaadbank die bij je past.

Je begint vanaf nul

Een wietzaadje geeft een mooi eindresultaat en levert je een nieuwe lading genetica op, met een code die niet is blootgesteld aan een slechte kweekomgeving of aan een hoop ziektes.

Je kunt je eigen soorten kweken

Heb je het kweken eenmaal onder de knie, dan kun je je eigen soorten maken. Kruis je favoriete vrouwtje met een mannetje en je hebt aan het eind van het seizoen honderden of zelfs duizenden eigen zaadjes.

Nadelen van wietzaden laten kiemen

Ze kiemen niet altijd

Ook het beste zaadje van een betrouwbare zaadbank kan het laten afweten. Begin je kweek daarom altijd met een paar zaadjes, ook als je maar één plant wilt kweken.

Genotype tegenover fenotype

Elk zaadje van dezelfde plant heeft een ander genotype, oftewel een eigen genetische code. Wietzaden geven dus geen exacte kopie van een ouder, en broertjes en zusjes zullen van elkaar verschillen.

Daarnaast ontwikkelen wietplanten eigenschappen afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid, licht, voeding en water, en die bepalen hun fenotype (hoe de plant er uiteindelijk uitziet en zich gedraagt).

Een tragere start

Ze doen er langer over dan stekken om bij de oogst te komen. Een stek slaat het hele kiem- en zaailingstadium over, terwijl je bij zaad in die fase geduld en een zachte hand nodig hebt.

Wat is beter: zaden of stekken?

Het antwoord is subjectief. Het hangt af van wat je als kweker zelf wilt, van je vaardigheden, de tijd die je in je kweek kunt steken en je ervaring met de ene of de andere methode.

Stekken zijn meestal lastiger en kun je beter bewaren voor kwekers met wat meer ervaring. Toch zijn er ook ervaren kwekers die juist voor zaden kiezen, om zelf te kruisen of om hun planten van begin tot eind te zien groeien.

Zaden zijn bovendien vrij van plagen en ziektes van buitenaf, in tegenstelling tot stekken, die ongedierte, schimmels, wortelrot en zelfs bacteriën kunnen meebrengen die je hele kweek kunnen slopen. Stekken lijken een makkelijke manier om te kweken, maar ze hebben hun risico’s. Ten eerste kunnen stekken slecht tegen verzenden en verplanten. Ten tweede kunnen ze gezond zijn als je ze bestelt, maar onderweg kan het misgaan. En ook de genetica kan tegenvallen als je stekken niet van een betrouwbare bron komen.

Zaden komen dus schoon binnen (zonder plagen) en hebben geen last van dit soort problemen.

De beste manier om erachter te komen wat jij fijn vindt en waar jij je lekker bij voelt? Gewoon proberen. Zo vind je je eigen manier van werken.