Wiet en angst: waarom de één ontspant en de ander paranoïde wordt
GEBRUIK

Wiet en angst: waarom de één ontspant en de ander paranoïde wordt

Dezelfde joint kan je kalmeren of je hart laten jagen. Dosis, soort, tolerantie en setting maken het verschil.

DOOR Redactie CosechaLibre3 MIN LEZEN

Hoe wiet op angst werkt, verschilt enorm per persoon. Bij de één kalmeert een lage dosis THC, bij de ander slaat het om in paranoia en onrust. Soort, dosis, tolerantie en setting bepalen samen hoe het uitpakt, en onderzoekers zijn nog volop bezig uit te zoeken waarom.

Snap je hoe wiet bij jou werkt, dan weet je beter waar je aan begint. Ondertussen kijken onderzoekers ook of cannabis ooit een rol kan spelen in therapie waarbij middelen worden ingezet.

Wiet en angst: waarom elke soort anders uitpakt

Een wietplant maakt een hele reeks fytochemicaliën aan: meer dan 100 cannabinoïden en meer dan 200 terpenen. Die stoffen zitten in wisselende hoeveelheden in de verschillende soorten en extracten, en daardoor is het effect ook steeds anders.

Wiettoppen van dichtbij

Onderzoek wijst erop dat cannabinoïden en terpenen samenwerken: ze zouden elkaars effect versterken en veranderen. Dat heet het entourage-effect.

Veel van die stoffen hebben elk op hun eigen manier invloed op angstklachten, en bepaalde soorten en extracten werken bij de één beter dan bij de ander.

Angst en THC: hoe zit dat?

THC, een van de belangrijkste cannabinoïden in wiet, zorgt voor de typische high. Het koppelt aan de CB1-receptoren in je hersenen, waardoor er meer dopamine vrijkomt.

Sommige gebruikers worden daar euforisch, creatief, hongerig en relaxed van. Bij anderen, zeker als je gevoelig bent voor THC, kan het angst juist versterken en zorgen voor paranoia, verwarring en een haperend kortetermijngeheugen.

THC is dus een tweesnijdend zwaard: een lage dosis kan angst wat dempen, een hoge dosis kan het erger maken. Daarom wordt vaak aangeraden om een soort met een gematigd THC-gehalte te kiezen.

Gelukkig zijn er door veredeling soorten bijgekomen met weinig THC en veel niet-psychoactieve cannabinoïden zoals CBD. Die zijn evenwichtiger en geven minder snel een angstige trip.

Wiet en sociale angst

Hoe wiet en sociale angst zich tot elkaar verhouden is ingewikkeld: er spelen allerlei chemische en lichamelijke factoren mee.

Elke keer dat je blowt, met een joint of een bong, adem je een mix van stoffen in die werken op verschillende receptoren in je hersenen, zoals de cannabinoïde-, GABA- en serotoninereceptoren. Daarnaast beïnvloeden de cannabinoïden en terpenen uit de plant allerlei enzymen en processen die met je stemming en je geheugen te maken hebben.

Er bestaan honderden chemotypes van wiet, elk met een eigen mix van fytochemicaliën. Tel daarbij op dat geen lichaam hetzelfde is, en je snapt waarom het effect op sociale angst zo sterk per persoon verschilt.

Gedroogde en getrimde wiettoppen in een glazen pot

Sommige mensen worden na het blowen juist onzekerder en zenuwachtiger en voelen zich ongemakkelijk tussen anderen. Anderen merken dat ze makkelijker praten en socialer worden.

Kalmeert wiet je angst of maakt het die erger?

Het verschil zit in hoe de stoffen uit wiet samenwerken met jouw endocannabinoïdesysteem, het netwerk van receptoren en signaalstoffen dat onder meer je stemming helpt regelen.

Bij de één maken bepaalde stoffen sociale angst erger, bij de ander werken ze juist kalmerend. Ook de dosis, je tolerantie en de omgeving bepalen hoe een high in gezelschap uitpakt.

Kortom: hoe wiet en sociale angst samengaan is ingewikkeld en hangt af van wie je bent en hoe, waar en met wie je gebruikt. Snap je hoe die factoren op elkaar inwerken, dan kun je beter inschatten of wiet bij jou angst oproept of juist dempt.