Nodes en internodiën: wat je wietplant je vertelt
NIEUWS

Nodes en internodiën: wat je wietplant je vertelt

Aan de afstand tussen de nodes lees je af hoe het zit met je licht, je temperatuur, het geslacht van je plant en waar je moet knippen.

DOOR Redactie CosechaLibre4 MIN LEZEN

Een node is het punt op de stengel waar een blad of een zijtak uitkomt; een internodium is het stuk stengel tussen twee nodes. Je ziet ze pas echt goed als de jonge plant uit de kiemfase komt en de groeifase ingaat. Hoe lang die tussenstukken worden, zegt veel over hoe je plant erbij staat.

Voor de gemiddelde kweker is een node bij wiet gewoon het punt waar een tak aan de hoofdstengel vastzit, of waar uit een tak een nieuwe zijscheut groeit. De internodiën zijn de afstand tussen die punten. Simpel idee, maar als je weet waar je op moet letten, heb je er als kweker heel veel aan.

Wietplant in de groeifase met duidelijk zichtbare nodes en internodiën

Kort gezegd: aan nodes en internodiën zie je of je klimaat en je licht kloppen, wat het geslacht van je plant is, waar je kunt snoeien en waar je de beste stekken knipt. Hieronder per punt wat je moet weten.

Wat vertellen nodes en internodiën over je wietplant?

Nodes en internodiën zijn meer dan een stukje plantanatomie. Ze werken als een soort dashboard: ze geven je aanwijzingen over de omgeving en over hoe de plant zich ontwikkelt. Door te kijken naar de afstand tussen de nodes kun je temperatuur en licht in je kweek bijstellen, voor een gezondere plant en een betere opbrengst.

Een voorbeeld: worden de internodiën ineens flink langer, dan kan dat wijzen op een te groot verschil tussen de temperatuur overdag en 's nachts. Dat geeft zwakkere, minder stevige planten. Veel kwekers verkleinen dat verschil dan juist, zodat de plant compacter en sterker groeit.

Lange of korte internodiën: een graadmeter voor temperatuur en licht

De lengte van de internodiën zegt ook iets over de kwaliteit van het licht. Heel lange internodiën zijn vaak een teken dat de plant te weinig licht krijgt. Dan krijg je slappe takken die in de bloei kunnen knakken onder het gewicht van de toppen.

Korte internodiën wijzen juist op genoeg licht. De takken worden dan stevig genoeg om de bloemen te dragen als de oogst dichterbij komt.

Op de nodes zie je het geslacht van de plant

Nodes vertellen niet alleen iets over klimaat en licht, ze verraden ook het geslacht van je plant. In de groeifase ontstaat op de nodes vlak bij de hoofdstengel de voorbloei. Aan de vorm daarvan zie je wat je in handen hebt.

Zie je een voorbloempje met twee lange, witte haartjes (stampers), dan is het een vrouwtje. Zie je kleine balletjes of zakjes in plaats van haartjes, dan heb je een mannetje. Als je die signalen op de nodes leert herkennen, weet je op tijd welk geslacht je planten hebben en kun je daar je kweek op afstemmen.

De afstand tussen de nodes vertelt waar je moet snoeien

Voor kwekers zijn nodes een belangrijke wegwijzer: ze laten zien wanneer een plant klaar is om gesnoeid te worden en waar de volgende takken zullen groeien. Op die verbindingspunten tussen hoofdstengel en zijtakken bepaal je dus zelf hoe de plant zich verder vormt.

Met snoeien begin je meestal zo'n twee à drie weken na de start van de groeifase. Dat verschilt per soort, maar wacht in elk geval tot de plant een paar goed ontwikkelde internodiën heeft.

Wietplant na FIM-snoei boven een node

Er bestaan allerlei snoeitechnieken voor wiet, en bij de meeste knip je de hoofdstengel op een bepaalde node. Zo ontwikkelt de plant aparte takken: de groei verdeelt zich over die takken en je krijgt grotere toppen langs de hele tak.

Of je nu kiest voor toppen (topping), het weghalen van de onderste takken of een andere techniek: als je de opbouw van nodes en internodiën snapt, kun je precies knippen en groeit de plant gezond verder. Gebruik de nodes als richtpunt, dan weet je waar en wanneer je knipt en haal je meer uit je planten.

Op de juiste node knip je de beste stekken

Nodes zijn niet alleen belangrijk voor groei en ontwikkeling, ze spelen ook de hoofdrol als je stekken neemt. Wil je planten goed vermeerderen, dan moet je de bouw van een node snappen.

Bij stekken draait alles om de plek waar je knipt. Meestal knip je een tak net boven een node in het onderste deel van de plant, omdat die takken vaak sterker en gezonder zijn.

Kies bij voorkeur takken die minstens drie nodes onder de top van de moederplant zitten. Zulke stekken groeien beter en wortelen makkelijker.

Weet je hoe belangrijk de nodes zijn bij het stekken, dan kies je bewuster welke stekken je van je moederplant neemt. Kijk goed naar de nodes en je ziet vanzelf waar je het beste kunt knippen voor een stek die aanslaat.

Met die kennis haal je meer uit je kweek: gezondere planten en een opbrengst die keer op keer van goede kwaliteit is.