Waar is voeding voor wiet eigenlijk goed voor? Van NPK tot EC en pH
KWEKEN

Waar is voeding voor wiet eigenlijk goed voor? Van NPK tot EC en pH

Wat elke voedingsstof doet in groei en bloei, en hoe je een voedingsoplossing aanmaakt met de juiste EC, pH en watertemperatuur.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

In een wietkweek geeft voeding je plant de voedingsstoffen die ze uit de grond alleen niet genoeg haalt: stikstof, fosfor, kalium en een rijtje sporenelementen. Goed gedoseerd zorgt ze voor een gezonde groei, meer opbrengst en betere toppen. Het verschil zit in hoe je de voedingsoplossing aanmaakt: EC, pH en watertemperatuur moeten kloppen.

Maar wat doet voeding nou precies, en wat heeft een cannabisplant eraan, of je nu een fles uit de growshop gebruikt of organisch werkt? Hieronder lees je welke voedingsstoffen er zijn, wat elke stof doet in groei en bloei, en hoe je een voedingsoplossing aanmaakt zonder je planten te verbranden.

Welke voedingsstoffen heeft een wietplant nodig?

Een wietplant vraagt in elke fase om de juiste voeding, van stek of kiemplant tot oogst. Die voedingsstoffen verdeel je in macronutriënten en micronutriënten, en allebei spelen ze een rol in de groei en de gezondheid van je plant.

Macronutriënten heeft de plant in grotere hoeveelheden nodig. Micronutriënten gaan in kleine beetjes, maar ze zijn net zo belangrijk: zonder die stoffen lopen processen als de aanmaak van enzymen en vitamines vast.

Primaire en secundaire macronutriënten voor je wietkweek

Macronutriënten zijn er in twee soorten: primaire en secundaire. Bij de primaire horen:

  • Koolstof (C), Zuurstof (O), Waterstof (H): geen minerale voedingsstoffen (de plant haalt ze uit lucht en water, niet uit de fles), maar onmisbaar voor de fotosynthese en de opbouw van cellen.
  • Stikstof (N): de motor van de groeifase, zorgt voor groene bladeren en stengels.
  • Fosfor (P): nodig voor de wortels, de bloei en de vorming van zaad.
  • Kalium (K): belangrijk voor de aanmaak van eiwitten, de waterhuishouding en een stevige plant in het algemeen.

De secundaire macronutriënten zijn niet minder belangrijk:

  • Calcium (Ca): bouwt mee aan de celwanden en geeft de plant stevigheid.
  • Magnesium (Mg): zit in het hart van het chlorofylmolecuul, dus cruciaal voor de fotosynthese.
  • Zwavel (S): nodig om aminozuren en eiwitten te maken.

Micronutriënten: weinig nodig, toch onmisbaar

Micronutriënten gaan in kleine hoeveelheden, maar zonder die stoffen draait een wietplant niet goed. Dit zijn ze:

  • IJzer (Fe): nodig voor de aanmaak van chlorofyl en de fotosynthese.
  • Koper (Cu): helpt bij de aanmaak van lignine en de afweer tegen ziektes.
  • Mangaan (Mn): belangrijk voor de fotosynthese en de aanmaak van vetzuren.
  • Zink (Zn): helpt bij de eiwitaanmaak en de groei.
  • Molybdeen (Mo): nodig om nitraat om te zetten in ammoniak.
  • Borium (B): speelt mee in de opbouw van celwanden en het kiemen van stuifmeel.
  • Chloor (Cl): houdt de ionenbalans en de waterhuishouding in de cellen op peil.
  • Silicium (Si) en Natrium (Na): minder kritisch, maar ze kunnen de weerstand tegen ziektes en de opname van voeding verbeteren.

Organische voeding geven per groeifase

Hoeveel en welke voeding een wietplant nodig heeft, hangt af van de fase waarin ze zit: beworteling, groei of bloei. Daarom pas je de verhouding tussen stikstof, fosfor en kalium (de N-P-K op de fles) aan op wat de plant op dat moment vraagt.

Daarnaast tellen ook de staat van je potgrond of substraat, de grootte van de pot, de conditie van de wortels en het klimaat in je kweekruimte mee. Al die dingen bepalen hoeveel en welke voeding je moet geven voor een gezonde plant en een dikke oogst.

Zo maak je de voeding voor je wietplanten aan

Bemesten hoort er gewoon bij als je een goede oogst wilt. Maar één fout bij het voeden en je levert in op kwaliteit en opbrengst. Gelukkig is een voedingsoplossing aanmaken niet moeilijk, zolang je deze stappen volgt:

Water klaarmaken en voeding mengen voor planten in pot

  1. Maak het water klaar:
    • Breng het water op ongeveer 19-21 °C. Bij die temperatuur nemen de wortels de voeding het best op.
  2. Voeg de voeding toe:
    • Volg de instructies op de fles voor de juiste hoeveelheid per liter water. Roer goed door, zodat de voedingsstoffen gelijkmatig verdeeld zijn.
  3. Meet PPM en EC:
    • Gebruik een PPM-meter (deeltjes per miljoen) of EC-meter (elektrische geleidbaarheid) om precies te zien hoe sterk je voedingsoplossing is. Zo kun je de voeding afstemmen op wat je planten nodig hebben.
  4. Stel de pH bij:
    • Corrigeer de pH van je oplossing als dat nodig is. Met pH-min, zoals salpeterzuur of fosforzuur, breng je hem naar de waarde die de fabrikant van je voeding aanraadt.
  5. Geef de voeding:
    • Kloppen PPM, pH en watertemperatuur, dan geef je de oplossing aan je planten. Meet ook de PPM of EC van het water dat onder uit de pot loopt (het drainwater): zo zie je of je planten de voeding echt opnemen.

Waarom PPM, pH en watertemperatuur zo belangrijk zijn

PPM en EC vertellen je hoeveel voeding er in het water of in je substraat zit. Houd je die waarden binnen de juiste marge, dan voorkom je zowel overbemesting als tekorten. Daarnaast bepalen de pH en de temperatuur van het water hoe goed de plant de voeding kan opnemen. Breng je voedingsoplossing dus altijd op de pH die de fabrikant aanraadt en houd het water tussen 19 en 21 °C.

Tips om beter te bemesten

Gebruik chelaten:

  • Chelaten zijn verbindingen die de opname van mineralen als ijzer en zink makkelijker maken. Je vindt chemische chelaten in goede voeding, maar je kunt ook natuurlijke chelaten gebruiken, zoals humuszuur en fulvozuur, als je liever biologisch kweekt.

Probeer bladvoeding eens:

  • Bij bladvoeding spuit je een voedingsoplossing direct op de bladeren. Dat werkt goed om op korte termijn een tekort te corrigeren, vooral bij secundaire voedingsstoffen en micronutriënten.

Spoel altijd door voor de oogst:

  • Geef minstens een week voor de oogst alleen nog schoon water met een bijgestelde pH (tussen 6 en 6,5 in aarde). Zo spoel je achtergebleven voedingsresten uit, wat toppen geeft met een schonere smaak en zachtere rook.

Met deze stappen en tips maak je je voeding goed aan en geef je hem op de juiste manier, zodat je wietplanten alles krijgen wat ze nodig hebben voor een gezonde groei en een dikke oogst.