Zaadjes in je wiet: wat betekent het en hoe voorkom je het?
KWEKEN

Zaadjes in je wiet: wat betekent het en hoe voorkom je het?

Wat het betekent als je zaadjes in je toppen vindt, waarom ze ontstaan en hoe je ze voorkomt voor een betere oogst.

DOOR Redactie CosechaLibre5 MIN LEZEN

Zitten er veel zaadjes in je wiettoppen, dan is je plant bestoven. Die zaden betekenen dat de plant een deel van haar energie in voortplanting heeft gestoken, en dat gaat ten koste van de kwaliteit en de sterkte van je wiet.

Dit gebeurt meestal als een vrouwelijke plant in contact komt met stuifmeel van een mannelijke plant of van een hermafrodiet. Dan maakt ze zaad aan in plaats van harsige toppen vol cannabinoïden.

Zaadjes in je toppen kunnen flink tegenvallen als je juist voor topkwaliteit kweekt. Bestoven planten maken namelijk minder trichomen en cannabinoïden, waardoor smaak, geur en sterkte achteruitgaan.

Hoe weet je of een wietplant mannelijk of vrouwelijk is?

Cannabis sativa is tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Het geslacht kun je pas zien als de plant geslachtsrijp is. Soms krijg je ook een hermafrodiete plant, met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen.

Bestuiving gebeurt als stuifmeel van de mannelijke bloemen op de stempels van de vrouwelijke bloemen terechtkomt. Daaruit ontstaat zaad.

Wil je toppen zonder zaad, ook wel 'sinsemilla' genoemd, dan moet je mannetjes en hermafrodieten weghalen voordat ze je vrouwtjes bestuiven. Zo krijg je meer cannabinoïden in je toppen en dus betere wiet.

Waarom zitten er zaadjes in je wiet?

De meeste zaadbanken beloven een hoog percentage vrouwtjes bij hun wietzaden, maar door genetica of omgevingsfactoren kan er toch een mannetje of hermafrodiet tussen zitten. Daarnaast kan je plant per ongeluk bestoven raken door dingen waar je zelf niks aan kunt doen, zoals stuifmeel dat met de wind meekomt of contact met planten in de buurt.

Worden vrouwtjes bestoven, dan gaat hun energie naar zaad in plaats van naar meer hars en trichomen. Dat is slecht nieuws voor je toppen: minder sterk, minder smaak en ook nog eens irritante zaadjes.

Kenmerken van wietplanten

Vrouwelijke wietplant

Vrouwelijke planten maken kleine kelkjes in hun bloemen, met daarin de stampers (stempels) die er als een 'V' uitsteken. Die bloemen groeien samen tot toppen, die blijven groeien en hars blijven maken zolang er geen stuifmeel bij komt.

Wordt de plant niet bestoven, dan blijft ze nieuwe bloemen en hars maken in een poging stuifmeel te vangen. Zo krijg je grotere en harsigere toppen.

Mannelijke wietplant

Mannelijke planten gebruik je alleen om zaad te maken. Wil je geen bestuiving, haal ze dan uit je kweek zodra je ze herkent. Mannelijke bloemen herken je aan kleine balletjes aan de stengel, waar het stuifmeel in zit. Als ze rijp zijn, gaan die balletjes open en laten ze het stuifmeel los om de vrouwtjes te bevruchten.

Hermafrodiete wietplant

Hermafrodiete planten hebben zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen. Dat kan genetisch zijn of komen door stress uit de omgeving. Zie je aan het begin van de bloei een hermafrodiet, haal hem dan het liefst weg om bestuiving te voorkomen. Zijn het maar een paar mannelijke bloemetjes, dan kun je die met een pincet weghalen. Zijn het er veel, haal de plant dan uit je kweekruimte.

Wat doen zaadjes met je toppen?

Zitten er zaden in je toppen, dan gaat de kwaliteit flink omlaag. Geur en smaak lijden eronder, en roken kan echt vies zijn door de nasmaak van verbrande zaadjes. Je kunt wiet met zaad prima gebruiken, maar haal de zaadjes er wel uit voordat je gaat roken. Ook de sterkte en het aantal trichomen zijn lager bij bestoven planten.

Zaad in je toppen is een van de grootste ergernissen van kwekers. Het verlaagt niet alleen de kwaliteit, het gaat ook ten koste van smaak, geur en sterkte. Hieronder lees je hoe je voorkomt dat je planten zaad maken, zodat je een topoogst binnenhaalt.

Herken en controleer het geslacht van je planten

Stap één om zaad in je toppen te voorkomen: leer het geslacht van je planten goed herkennen. Cannabis is tweehuizig, er zijn dus mannetjes en vrouwtjes. Mannetjes maken stuifmeel dat de vrouwtjes kan bevruchten, en dan krijg je zaad. Om dat te voorkomen moet je de mannetjes uit je kweek halen zodra je ze herkent.

Soms krijgen planten hermafrodiete trekjes en maken ze zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen. Hermafrodieten kunnen zichzelf of andere planten bestuiven, dus haal ze weg om ongewenste bestuiving te voorkomen.

Haal mannetjes en hermafrodieten weg

Heb je een mannetje of hermafrodiet gespot, haal hem dan zo snel mogelijk uit je kweek. Mannetjes laten hun geslacht meestal eerder zien dan vrouwtjes, dus je hebt genoeg tijd om ze weg te halen voordat ze stuifmeel loslaten. Zie je bij een hermafrodiet aan het begin van de bloei wat mannelijke bloemetjes, knip die dan voorzichtig weg zodat de rest van je kweek niet besmet raakt.

Conclusie

Zaad in je toppen voorkomen vraagt om de juiste technieken en een beetje zorg. Van het geslacht van je planten goed herkennen tot stress en lichtlekken in de donkerperiode vermijden: met deze stappen zorg je dat je planten topkwaliteit toppen maken, zonder zaad en met de volle sterkte, smaak en geur.